Mozart

Op 27 januari 1756 geven Leopold Mozart en zijn vrouw Maria Anna het leven aan één van de grootste componisten aller tijden: Joannes Chrysostomus Wolfgangus Theophilus Mozart. De eerste twee namen verwijzen naar de Heilige Johannes Chrysostomus, die op 27 januari zijn naamdag heeft. Wolfgang werd hij genoemd naar zijn grootvader van moeders kant en Theophilus was de naam van zijn peetvader. Deze naam, die ‘Vriend van God’ betekent, werd door Mozart zelf vaak in Amadeus, Amadé of Gottlieb verandert.

Vroegste jeugd
Mozart was het zevende en laatste kind van zijn ouders. Alleen hij en het vierde kind, zijn zus Nannerl groeiden op tot volwassenen. Voor de opleiding van zijn kinderen was Leopold volledig verantwoordelijk. Het ging hierbij niet alleen om muzikale scholing, maar ook om wiskunde, lezen en schrijven, literatuur, taal, etc. Al vroeg kwam het muzikale talent van Mozart aan het licht. Zijn vroegst bewaard gebleven compositie zijn het Andante en Allegro, KV 1a en 1b, die hij in 1761 schreef toen hij vijf was. In datzelfde jaar trad hij in Salzburg ook voor het eerst voor publiek op.

Muzikale reizen
Leopold liet zijn beide kinderen, ook Nannerl was muzikaal zeer begaafd, in de daaropvolgende jaren optreden voor keurvorst Maximiliaan III Josef, Maria Theresia en diverse andere adellijke personen. Het succes was zo groot dat Leopold besloot om een tournee door Europa te maken. De diverse reizen die de familie maakte, zouden uiteindelijk tien jaar in beslag nemen. Er werd onder meer in Parijs voor Lodewijk XV, in Engeland voor George III, in Den Haag voor de Prinses van Nassau-Weilburg opgetreden. Diverse kranten verhaalden van het grote talent van Mozart. In de Hamburgse ‘Staats- und gelehrte Zeitung’ van 27 maart 1771 lezen we het volgende:

“De jonge Mozart, een beroemd toetsenist, 15 jaar oud, trok de aandacht en bewondering van alle muziekliefhebbers, toen hij onlangs in Venetië een concert gaf. Een ervaren musicus gaf hem een fugathema waar hij een uur lang, met zoveel kennis, behendigheid, harmonie een aandacht voor ritme op improviseerde, dat zelfs de grootste kenners verbaasd waren.”

Bij hun terugkeer in Salzburg op 13 maart 1773 had Mozart, die toen net 17 was, niet alleen regelmatig opgetreden, maar ook vele composities, waaronder enkele opera’s geschreven. Zijn jaren als wonderkind waren nu voorbij.

Aartsbisschoppelijke inperking
Tijdens het grootste deel van zijn nu volgende muzikale carrière richtte Mozart zich op het hof en de kleine kring van vrienden en beschermheren in zijn geboortestad. Aartsbisschop Colloredo, die op dat moment aan de macht was, begon met het moderniseren van het aartsbisdom en trok veel schrijvers en wetenschappers van buitenaf aan. Doordat tegelijkertijd de traditionele concertmogelijkheden werden afgeschaft, had vooral de hofmuziek hieronder te lijden: de mis werd ingekort en er mocht nog maar zeer beperkt instrumentale muziek uitgevoerd worden. Aanvankelijk kon de familie Mozart redelijk aarden onder de aartsbisschop, maar uiteindelijk ontstonden er spanningen. Colloredo kon ronduit onbeschoft zijn en was niet te spreken over Leopolds trots en superieure houding. Mozart schreef met weinig enthousiasme de verplichte kerkmuziek, maar hield zich verder verre van het aartsbisschoppelijke hof. Hij wist ondertussen naam te maken als componist van instrumentale en wereldlijke vocale muziek.

Op zoek naar werk
Toen Leopold in 1777 zijn ontslag indiende bij Colloredo, werden zijn zoon en hij meteen allebei uit hun ambt gezet. Leopold bleef in Salzburg, maar stuurde zijn zoon en vrouw samen op reis: op zoek naar werk. In München werden ze vriendelijk geweigerd. In Mannheim verbleven ze enige tijd, maar een aanstelling kreeg Mozart er niet. Uiteindelijk stuurde Leopold zijn zoon naar Parijs. Mozarts moeder vergezelde hem, maar werd al snel ernstig ziek. Ze overleed op 3 juli 1778. De verstandhouding tussen Mozart en zijn vader liep hierdoor een flinke deuk op. Leopold beschuldigde zijn zoon ervan niet goed voor zijn moeder te hebben gezorgd. Uiteindelijk werd de strijdbijl begraven en keerde Mozart terug naar Salzburg waar hij als hoforganist terug in dienst kwam van aartsbisschop Colloredo.

Breuk met Colloredo en werken in Wenen
Op 29 januari 1781 ging in München de opera Idomineo in première. Het werd een groot succes. Colloredo riep Mozart echter terug. Mozart werd bij thuiskomst beledigd en als dienaar behandeld. Dit gebrek aan respect vergrootte zijn irritatie zodanig, dat Mozart zijn broodheer om ontslag vroeg. In Wenen probeerde Mozart vervolgens een bestaan op te bouwen. Hij gaf les, trad regelmatig op en zijn muziek werd veelvuldig door anderen gespeeld. Baron Van Swieten was een enthousiaste afnemer van zijn werk. Het belangrijkste werk dat Mozart in die tijd schreef was de opera ‘Die Entfürhung aus dem Serail’: het werd een grote hit. Kort na de première van de opera trouwde Mozart met Constanze Weber. Het zou een gelukkig huwelijk worden. Hoewel Mozart zijn vrouw gebrek aan humor verweet, had ze een goed verstand en het vriendelijkste hart van de wereld, aldus de componist. Ze kregen zes kinderen, waarvan er vier al op jonge leeftijd overleden.

Succesvol componist
Er brak nu een succesvolle periode aan in Mozarts leven. Hoewel hij niet heel handig was in het omgaan met geld, lukte het hem heel behoorlijk om het hoofd boven water te houden. Hij trad veel op, publiceerde regelmatig bij uitgeverijen en in eigen beheer. Toen Joseph II het Nationaltheater sloot en de voorkeur gaf aan de Italiaanse opera, schakelde Mozart over op het componeren op Italiaanse libretti. Ook de Vrijmetselarij speelde een belangrijke rol in Mozarts muzikale leven. Hij componeerde regelmatig muziek voor vrijmetselaars bijeenkomsten en een opera als ‘Die Zauberflöte’ is sterk beïnvloed door het gedachtegoed van de beweging. De dood van zijn vader in mei 1787 leidde tot een tijdelijke teruggang in productiviteit en zorgde voor een verwijdering tussen Mozart en zijn zus Nannerl.

De laatste adem
Begin 1791 werd Mozart aangewezen als opvolger van de ‘Kapellmeister’ van de Stephansdom. Leopold Hofmann vervulde op dat moment deze positie, maar hij was oud en ziek. Te zijner tijd zou Mozart zijn functie overnemen, maar het kwam nooit zover. Halverwege juli kreeg hij de opdracht tot het schrijven van een Requiem voor de overleden vrouw van Graaf Walsegg-Stuppach. Mozart begon daar uiteindelijk in oktober pas aan. Hij had zin om zijn tanden te zetten in het schrijven van een dergelijk werk, maar al na het componeren van het eerste deel werd hij ziek. Van de andere delen had hij toen pas een eerste opzet gemaakt. Eind november werd hem door de artsen volledige bedrust opgedragen. Op 3 december leek zijn toestand iets te verbeteren en de volgende dag kwam een aantal van zijn vrienden langs en zij zongen delen van het Requiem met hem. Die avond verslechterde zijn conditie echter en kort voor één uur in de nacht van 4 op 5 december overleed de componist.

Geruchten
Vele verhalen doen sindsdien de ronde, die niet in overeenstemming zijn met de werkelijkheid. Geheel in lijn met de traditie van die dagen werd Mozart in een gemeenschappelijk graf begraven. Aanwezig waren vermoedelijk Salieri, Süssmayr, Van Swieten en twee andere musici. Het stormde die dag niet: in feite was het een kalme dag. Dat Mozart vergiftigd zou zijn, lijkt ook een wat voorbarige conclusie. Zijn aandoening is omschreven als een ‘rheumatische Entzündungsfieber’.

* 27 januari 1756 in Salzburg
† 5 december 1791 Wenen

Bron: AVRO Klassiek

Uw reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *