blogs

Hoe leuk is het als iemand zijn ervaring weergeeft over een concert, educatievoorstelling of een andere activiteit die hij of zij heeft meegemaakt met of bij ons orkest? Daar bieden we graag de gelegenheid voor en dat plaatsen we op deze pagina 'blog'. Trouwens, een 'vlog' mag natuurlijk ook! Stuur je bericht naar marketing@philharmoniezuidnederland.nl

Een barokke philharmonie zuidnederland verrast!

Door Eric Kolen

Voordat ik mijn impressies over dit merkwaardige concert met je deel, wil ik vooraf dat andere fenomeen van de philharmonie zuidnederland onderstrepen. Ik doel hier op deKlank, het  magazine -een gezamenlijk initiatief van het orkest en de vriendenstichting - dat een aantal keer per concertseizoen op de deurmat valt van de abonnees. Je krijgt het gratis toegestuurd als je ‘Vriend’ wordt van het orkest. Neem het concert van zaterdag 30 november 2019 in het Eindhovense Muziekgebouw. In een tweetal achtergrondartikelen over zowel de Perzische klavecinist Mahan Esfahani én een bijdrage over het concert mét Bach en de rol daarin van de Italiaanse cellist/dirigent Mario Brunello. Mét deze toelichtingen door auteur Stephan Westra en opvattingen van beide musicerende heren over het concert ga je beter ingevoerd en dus beter voorbereid op hetgeen je te wachten staat! Mijn suggestie? Word ‘Vriend' en geniet van dit mooi vormgegeven magazine!

Bach en de philharmoniezuidnederland
Deze combinatie is een iets minder voor de hand liggende. Los van de begeleiding van de Matthäus-Passion, een decennialange traditie van het orkest, ontmoeten orkest en de grote componist Bach elkaar nauwelijks. Anders gezegd, barokmuziek en de philharmonie lijken geen bestendige relatie met elkaar te hebben. En dan ineens de aankondiging van een concertserie mét Bach, een tweetal componisten uit de periode van de ‘Klassieken’, Haydn en Boccherini én een moderne tonenschrijver, de Poolse moderne componist Gorecki, die pas in 2010 overleed. Een programmatische misser óf een bijzondere en gewaagde combinatie? Wat mij betreft de laatste optie en een gouden vondst van programmeur Jos Roeden. Ergo, wat mij betreft, mag dit meer gebeuren, het laten horen van barokke muziek.  Ook al lijkt dit tijdsgewricht er één te zijn van - soms te ver doorgevoerde? - specialisaties, een professioneel musicus genoot toch een jarenlange studie aan een conservatorium en mag derhalve in staat worden geacht én Bach én Gorecki te spelen?  Alsook Mozart, Rossini, Mendelssohn, Mahler. Berg en Strausz? Het concert op 30 november bewees mijn statement hierover! Het was in één woord een muzikale happening met een tweetal solisten van wereldniveau, die ‘op hun reis door het land van de muziek’ de mannen en vrouwen van de philharmonie zuidnederland met een aandoenlijke gretigheid meenamen!


Een bijzondere en gewaagde combinatie? Wat mij betreft een gouden vondst!


De Haydn-chair
Een geweldig initiatief van het orkest om deze Haydn-stoel in het leven te roepen en daarmee deze voor de klassieke muziek zo belangrijke periode. Over dat tijdvak van ruim zestig jaar met die soms verwarrende naam ‘de Klassieken’, ook wel aangeduid als de ‘Eerste Weense School’. Met componisten als Haydn, Mozart en Beethoven. Drie kanjers! Maar in hun kielzog mogen andere toondichters evenmin vergeten worden, zoals Michael Haydn, Boccherini, Salieri en Hummel én -durf ik me als amateur af te hardop af te vragen-, de jonge Schubert! Als je namelijk naar zijn eerste drie symfonieën luistert, hoor je eerder ‘klassieke’ klankkleuren van Beethoven en Mozart dan vroeg-romantische uitingen; zoals die we later wél horen. Denk daarbij aan zijn Lieder (Erlkönig, of – wauw, zó mooi! - Der Tod und dan Mӓdchen!), zijn latere symfonieën én zijn kamermuziek. Met voor mij persoonlijk als absolute hoogtepunt dat goddelijk mooie ‘Nocturne’ voor pianotrio. Kijk, verwonder én beleef het: https://www.youtube.com/watch?v=mFk_6zz50wI

Als je googelt op ‘Weense klassieken’, dan overkomt je een tsunami aan  interessante informatie, zoals op deze link:

http://www.muziekopschool.com/geschiedenis/werk/weenseklassieken-tekst.pdf

Overigens zou ik graag van een professioneel musicoloog deze muzikaal-cultuurhistorische opwelling uitgelegd zien! Schubert, de laatste der ‘Klassieken’ en/of de eerste der ‘Romantici’? Terug nu naar 30 november!

Muziek van Haydn, Mozart en Beethoven. Drie kanjers!

Een rechtopstaande Bach!
Mooi om te zien, niet-zittende, want staande musici, die op deze manier hun bijdrage leveren aan een concert. Het straalt iets uit van energiek acteren. De muziek van Bach is daarmee zeker gebaat. Het derde en vijfde Brandenburgse Concert werden heerlijk ‘weggespeeld’, niet in het minst door de even energieke als temperamentvolle directie van de Italiaanse alleskunner, Brunello! Dat Marjolijn Sengers in haar recensie van 2 december 2019 schrijft dat ‘de retoriek van de barokke muziek een taal is die niet door alle spelers verstaan werd’, is in mijn beleving eerder een theoretische voltreffer dan een waarneembare ervaring. Laat ze het maar doen, de philharmoniezuidnederland, élk jaar een afwisselend concert in een aanzienlijk barokachtige setting. Dat moet toch kunnen!? Mooie muziek is immers niet onderhevig aan tijdvakken, die ‘schiet immers altijd raak!’ In het hart en vooral de ziel van de actieve luisteraar…

Het straalt iets uit van energiek acteren…

 

 Heerlijke, zorgeloze speelmuziek. Virtuoos, technisch aansprekend en het gehoororgaan strelend met klanken, die geen medemens kwaad doen!

En dan hét hoogtepunt!
Henryk Gorecki. Zo heet hij. Pools, modern componist. Zo staat hij geboekstaafd. Leefde van 1933 tot 2010. Mijn eerste kennismaking met hem vond pakweg dertig jaar geleden plaats. Het was een concert toentertijd met zijn alt-fluitconcert. Met, als ik me niet vergis, Paul Verhey als solist. Ongelooflijk, ik herinner me nog als-de-dag-van-toen het eindapplaus. Overweldigend! Een heuse googelpoging waard!

Dit keer betrof het zijn klavecimbelconcert. Uitgevoerd nog steeds –  wat een mooie, inhoudsvolle programmeerlijn 75 jaar na dato - als een eerbetoon aan de bevrijders van Zuid-Nederland in 1944 waarin Goreckis’ landgenoten een ongelooflijk grote rol speelden. Met name Bredase mensen kunnen daarover meepraten en eerden de aanvoerder van die troepen - generaal Stanisław Władysław Maczek  (Szczerzec31 maart 1892 - Edinburgh11 december 1994) - na de bevrijding van de Nassau-stad door een straat naar hem te vernoemen. Ik weet dat zo goed omdat ‘tante nonneke’ van mijn vrouw aldaar haar leven sleet in het klooster der Franciscanessen!  Maczek, het is maar even een overigens niet onbelangrijk, want zeer menselijk detail, stelde in zijn dagorders dat zijn soldaten zo veel mogelijk materiële en immateriële schade aan dorpen en steden moeten vermijden. Op die manier bleef ook Breda beduidende schade bespaard toen de Polen de stad op 29 oktober 1944 bevrijdden. (Bron: Wikipedia).

Terug naar het klavecimbel, de voorganger van de pianoforte en de piano. Volgens dezelfde ED- recensente Sengers een niet- ‘sexy’ instrument. Op zijn minst een discussie waard. Nu weet ik per se niet wat zij wél als sexy muziek ziet/hoort, maar dit concert was dat zeker wél! En met name door de inzet van dat instrument én, het zij opgemerkt, de rol daarin van de in Tsjechië wonende Iranese musicus Mahar Esfahani. Wat hij met zijn instrument doet, grenst aan het onwaarschijnlijke. Als ware het een Gibsongitaar. Van snerpend tot lyrisch, maar steeds de krochten van de Gorecki-partituur opzoekend en vertolkend. Het werd een merkwaardige uitvoering. Helaas, althans bij mijn weten, niet vastgelegd door de philharmonie zuidnederland, maar gelukkig biedt you tube een mooi alternatief:

https://www.youtube.com/watch?v=ppyamVBlYjk. Alles bij elkaar een aangrijpende uitvoering en een wezenlijk onderdeel vormend van een merkwaardig concert. Chapeau!

Nu weet ik per se niet wat zij wél als sexy muziek ziet/hoort, maar dit concert was dat zeker wél!

 Wil je reageren op deze op persoonlijke titel geschreven blog, mail dan uw reactie naar eric.kolen@bureauerasmus.nl

Een kathedraal midden in deze digtale tijd: een weergaloze Zevende Symfonie van Bruckner!

Door Eric Kolen

Een ape- en apetrotse intendant Stefan Rosu leidt dit gedenkwaardige concert op 26 oktober in in het Eindhovense Muziekgebouw. In zijn beste Engels maakt hij gewag van een primeur: de philharmonie zuidnederland gaat worldwide digitaal! Een nauwe samenwerking met Stingray Classica biedt iedereen de mogelijkheid voor een gering maandelijks bedrag een abonnement te nemen waarop uitgevoerde concerten, maar ook documentaires en inleidingen van het orkest na te kijken zijn. Ofschoon ik niet hoop dat er daardoor geen cd’s en/of dvd’s meer het daglicht gaan zien, is dit initiatief natuurlijk in één woord ge-wel-dig! Tik stingrayclassica.com/philzuid in en er gaat – letterlijk - een wereld voor je open!

Nóg een keer apetrots!
We beginnen deze blog in omgekeerde volgorde. Dat heeft te maken met het hoofdthema van deze avond, de uitvoering van Bruckners’ Zevende Symfonie. In welke bron je ook kijkt, kom je woorden als ‘monumentaal’ en vooral ‘een kathedraal van klanken’ tegen. Zo omschrijft onze hedendaagse encyclopedie wikipedia de symfonie als volgt:
“Met deze symfonie bereikte Bruckner wereldfaam; geen van zijn werken heeft deze roem ooit kunnen overtreffen. De eerste uitvoering onder Arthur Nikisch, maar vooral de tweede op 10 maart 1885 onder Hermann Levi in München was daar debet aan. Het aan koning Ludwig II van Beieren gewijde werk is vooral meeslepend door zijn melodische rijkdom en warme klankkleur.”

Op klassiekemuziek.tv nog een omschrijving met een zeer menselijk aspect in de eerste alsook laatste zin “Eindelijk begrepen ze hem. Hij had er maar liefst zestig jaar op moeten wachten, maar nu kreeg hij dan applaus. Daar was dan zijn  erkenning: zijn Zevende Symfonie (1883was een succes. In 1885 dirigeerde de vermaarde Arthur Nikisch het sterk melodische werk met haar prachtige klankkleuren naar de welverdiende roem. Anton Bruckner was erkend als componist!”



Alvorens verder te gaan en om in de sfeer te komen, even een kort auditief aperitiefje van drie minuten met dat prachtige, bijna altoos aanwezige thema in een werelduitvoering van de Berliners onder leiding van Simon Rattle: https://www.youtube.com/watch?v=NqAez_fyYfI Wauw, wat een uitvoering, volgens mij vergelijkbaar met die van ‘onze’ philharmonie! Een ander deze opvatting stavend onderdeel vormt de persoon van de dirigent, Hartmut Haenchen. Dat deze uitspraken niet berusten op grootheidswaanzinnige gedachten bewijst iets anders! Een recensie namelijk in het NRC van de hand van Mischa Spel. Een paar opmerkelijke quotes!

‘Haenchens uitvoering Bruckner: een muzikaal hoogtepunt van dit jaar’

En: ‘Buiten de Randstad weten orkesten Haenchen gelukkig wel te vinden. Voor het Gelders Orkest maakte hij vorig seizoen een laat droomdebuut. En met Philharmonie Zuidnederland heeft hij inmiddels een min of meer vaste relatie opgebouwd, die dit weekend resulteerde in een onvergetelijke uitvoering van Bruckners Zevende symfonie, een van de muzikale hoogtepunten van het jaar.’



En: ‘Een cd-opname van de Achtste Symfonie met het Royal Danish Orchestra was vorig jaar een revelatie die door de Philharmonie Zuidnederland nu nog werd overtroffen. Dacht je Bruckners Zevende Symfonie te kennen, Haenchen bewees je ongelijk. Met de stopwatch op schoot bleek zijn uitvoering relatief snel (sneller dan enig andere op Spotify). Maar dat voelde niet zo. Integendeel: Haenchens Bruckner is vol adem, vol (liefdes)liederen. Koperkoralen klonken vloeiend legato, houtblazers welden als krokusjes op uit de gonzende strijkers.’

Herlees de twee laatste volzinnen van deze recensie en je begrijpt dat deze uitvoering het absoluut hoogste aantal van vijf sterren haalde. Chapeau!

Als je de digitale nieuwsbrief leest -nog niet geabonneerd? Even je emailadres opgeven en je ontvangt hem met enige regelmaat op je pc, laptop, gsm! Doen!

Samenvattend kan gesteld worden dat deze 'Bruckner 7' tot in lengte van jaren in de top-tien blijft staan in de relatief nog maar jonge traditie van de philzuid. Zoveel is zeker. Ruim honderd mensen op het podium compleet met Wagnertuba’s bespeeld door solohoornist Peter Houben en zijn collegae, een afwijkende orkestopstelling, een onwaarschijnlijk geconcentreerde edoch even ontspannen dirigerende Haenchen, het was, is en blijft een sensatie! Wil je de volgende ideale samenwerking bijwonen, noteer dan één van de data in maart 2020 als Haenchen en het orkest Bruckners’ Zesde Symfonie gaan uitvoeren. Mischa Spel vindt dit ‘een niet te missen’ happening!

Nog een tip met het nodige bizarre achtergrondverhaal. In de film ‘Taking Sides’ - Der Fall Furtwängler, van István Szabó uit 2001 krijgt een militair de opdracht het al dan niet subversieve, nazistische gedrag van topdirigent Furtwӓngler in kaart te brengen. Dat levert een alleszins mooi filmfragment op met het adagio als muzikale begeleider. Aanbevolen om er kennis van te nemen: https://www.youtube.com/watch?v=9PgGSs_OzQA

75 jaar Bevrijding
In het kader van driekwart eeuw bevrijding van Zuid-Nederland stond eveneens ‘De Elegies voor mezzo-sopraan, bariton en orkest’ uit 1997 geprogrammeerd. Adembenemend werd de uitvoering met overigens een dito verhaal vanwege de ontstaansgeschiedenis ervan. Google en je treft een ontroerend verhaal aan van de opdrachtgeefster van dit opus, de wereldberoemde Amerikaanse mezzo-sopraan, Frederica von Stade. Op Youtube treft je een indrukwekkende versie aan als Von Stade samen met haar even vermaarde landgenoot, de bariton Thomas Hampson het werk van de ook al Amerikaanse componist Danielpour vertolkt! https://www.youtube.com/watch?v=MOE3l0a0XEI&list=RDMOE3l0a0XEI&index=1

In Eindhoven waren het twee andere solisten, de Russische mezzo Marina Prudenskaja en de Nederlandse rising star bariton Thomas Oliemans. Af en toe riep het werk bij mij reminiscenties op van een ander wereldwerk met nagenoeg hetzelfde thema: het War Requiem van Benjamin Britten, waar destijds in 1962 de wereldpremière plaatsvond met een beoogde wereldbezetting met drie solisten afkomstig uit de drie ‘oorlogslanden’: een Russische sopraan, een Engelse tenor en een Duitse(..) bariton. Google en val van de ene in de andere verbazing als je leest waarom de voormalige  -Deo Gratias- USSR de sopraan géén toestemming gaf voor deelname aan deze première. Gelukkig mocht zij later wél deelnemen aan een plaatopname! Zo zie je maar, cultuur en politiek staan soms op gespannen voet met elkaar, maar tenslotte winnen ‘saecken schoon ende goeth en alsoo van waerde’ het van dat abjecte denkwereldje van passanten, die slechts korte tijd op het pluche zitten, maar oh zo’n bepalende rol in de wereldgeschiedenis spelen….

Wil je reageren op deze op persoonlijke titel geschreven blog, mail dan uw reactie naar eric.kolen@bureauerasmus.nl

Een onwaarschijnlijk dynamisch concert met Brexiteers!

Door Eric Kolen

“Wauw”, riep de dame die naast mij zat enthousiast, “wat een speelplezier, wat een dynamiek!” Feitelijk vatte zij met deze ene zin het gehele concert van deze matinee in het Eindhovense Muziekgebouw op zondag 6 oktober samen. Onze philharmonie zuidnederland beschrijft zichzelf als ‘een ambitieus en flexibel symfonieorkest’. Daar mag het adjectief dynamisch wat mij betreft aan worden toegevoegd. Wat straalde het orkest dat begrip in even hoorbare als belevingsvolle klanken uit! Daarin speelde een Engels tweetal, een dirigent en een solopianist, een belangrijke om niet te zeggen allesbepalende rol!

Verstild verdriet
Het begin van het concert – ‘Within her arms’ van de Engelse componiste Anna Clyne – was nochtans van een geheel ander karakter. In de programmatoelichting schrijft Katja Reichenfeld ‘dat het over de hele wereld geliefde treurmuziek is geworden, vergelijkbaar met het Adagio voor strijkorkest van Samuel Barber.’ Die vergelijking gaat mij vooralsnog iets te ver! Dat van Barber is inmiddels globewijd bekend en wordt in allerlei variaties uitgevoerd. (Een treffend voorbeeld hiervan is te vinden op de link:  https://www.youtube.com/watch?v=DGgueOFFfkU). Over dynamiek gesproken, ofschoon de puristen onder ons hierover wellicht wat anders denken!)  Die indruk tijdens het concert maakte het werk van de Engelse niet op mij. Het was eerder verstild met fragiele klankstructuren, die, dat zeker wel, om nader en herhaald (herbe)luisteren vragen. De vijftien strijkers van de philharmonie gaven zich met zichtbaar plezier en dito inzet over aan de subtiele aanwijzingen van dirigent Matthew Halls. Wat een talent deze jonge dirigent! Wat overigens óók opmerkelijk was dat de strijkers hun inzet staande deden. Mooi om te zien en om een of andere reden toepasselijk vanwege het thema van het werk!

‘Het was eerder verstild met fragiele klankstructuren, die om nader en herhaald herbeluisteren vragen.’

Mooie Mozart
Als je op de volgende link tikt, zie je een jonge pianist van elf jaar, Benjamin Grosvenor: https://www.youtube.com/watch?v=Hp_fyQvjI24e. In 2003 - volgens Reichenfeld in 2004 -  wint hij het befaamde ‘BBC Young Musician of the Year Award’. Dat onmiskenbaar aanwezige talent heeft zich sindsdien opmerkelijk ontwikkeld. Dat bracht hem op  6 oktober 2019 onder meer naar Eindhoven waar hij tezamen met de philharmonie zuidnederland één van Mozarts’ mooiste pianoconcerten vertolkte. Het concert dat om historische redenen een foutieve naam meekreeg, het ‘Jeunehomme-concert, KV 271 uit 1777. Leuk om naar de achtergrond ervan te googlen! Overigens was Mozart óók elf jaar jong toen hij het schreef. Ongelooflijk, wat een genie! Tja, wat hierover te zeggen? Dirigent Halls en Grosvenor én de inmiddels 35 musici hadden duidelijk een glashelder beeld hóe de uitvoering zou moeten zijn: sprankelend, transparant en vooral, daar komt hij weer, dynamisch! Dirigent en musici vertoonden een welhaast ideale samenwerking om de solist te dienen! Het applaus nadien was navenant en inspireerde Grosvenor tot een toegift, een virtuoos pianowerk van Liszt. Ik kijk er niet van op als hij over een paar jaar opgenomen gaat worden in de lijst van ‘grootse meesterpianisten’!

‘Dirigent en musici vertoonden een welhaast ideale samenwerking om de solist te dienen!’

Mijmerende pensionado’s
In de pauze ontmoette ik een Weerts echtpaar. Als pensionado’s wekelijks actief in die rijke van origine katholieke muziekcultuur van het Limburgse. Maar ook al jarenlang trouwe bezoekers van de philharmonie en met name in het Eindhovense Muziekgebouw. De reden? Een simpele. De akoestiek van de grote zaal. Die achten zij als superieur. Voorts, hét trefwoord van deze blog, is dynamiek. Als je die beide zaken samenvoegt, dynamiek en die prachtig hoorbare geluidsweergave, dan werden die nog eens idealiter bijeen gebracht tijdens deze matinee. Overigens ook al een heerlijke manier van genieten, na de zondagochtend en vóór het avondgebeuren! Het echtpaar en ik filosoferen wat over hóe de werelden van serieuze amateurs van en in Zuid-Nederland én de philharmonie zuidnderderland nog meer bij en tot elkaar te brengen. Daar ligt, stellen we vast, een enorm potentieel. Aan draagvlak, aan niveauverbetering, aan het betrekken van jong en oud; intergenerationele projecten en wat dies meer zij. Kan dat wel en wil programmeur Jos Roeden hier, mijmeren we, mogelijk iets mee? Een kijkje op de site van de philharmonie leert je dat er al ongelooflijk veel gebeurt. Anders gesteld: ‘Saecken schoon ende goeth en alsoo van waerde en tevens ter leringhe ende vermaeck!’

Schotse Hooglanden
Voeg daarbij de motivatie van de 55 musici en de drive van de jonge Engelse dirigent, dan wordt duidelijk dat de uitvoering van de Derde Symfonie van Mendelssohn, de Schotse, welhaast het predicaat ‘geweldig’ mag verkrijgen. Niets is minder waar! Een alert spelend orkest, zichtbaar speelplezier en de muzikale sfeer van dit meesterwerk zorgde ervoor dat ‘er een symbiose ontstond van weergaloos genieten van toehoorders én muzikanten!’ Alleen al het laatste deel, het ‘allegro vivacissimo’! Wauw! En, is dat, wederom in een cultuurfilosofische bui, niet waarom er zoiets bestaat als klassieke muziek? In mijn beleving, het aller, ik herhaal het állermooiste culturele erfgoed dat de mensheid zichzelf gunde….énne meer dan de moeite waard dit door te geven aan onze kleinkinderen…? Ik tref het Weertse echtpaar nog even bij de nazit met een glas Chardonnay. Zij zegt: ”Wat mogen we toch trots zijn in Zuid-Nederland op zo’n grandioos orkest!” Het beamen van deze volstrekt juiste conclusie kost ons bijna de helft van het glas witte wijn. Mij schiet de bijna (..) klassieke deun te binnen van Louis Armstrong ….’What a wonderfull world!’ Zwijmel maar mee https://www.youtube.com/watch?v=ltVOXz4mxOo  Olalala, mio Dio, a bientȏt!

Hét trefwoord van deze blog, is dynamiek!

Wilt u reageren op deze op persoonlijke titel geschreven blog, mail dan uw reactie naar eric.kolen@bureauerasmus.nl

Mahler, Market Garden én Liss, een bevrijdende combinatie!

Door Eric Kolen

Ik blijf het toch zeggen hoor! Dat méér dan collegiale elkaar de handen schudden op 17 september 2019 van de twee paukenisten van de philharmonie zuidnederland! Daarvoor hadden ze dan ook álle reden! Han Vogel en Bas Voorten speelden een waarlijke hoofdrol tijdens de uitvoering van deze uit 1895 stammende symfonie. Met die aansprekende naam ‘Auferstehung’, die in zijn geheel in het teken stond van 75 jaar bevrijding van Zuid-Nederland. De reacties van de aanwezigen direct na de uitvoering in de bomvolle zaal van het Eindhovense Muziekgebouw - wat een akoestiek, wauw! - zijn het best te omschrijven als aanvankelijk ingetogen tot, iets later, uitgesproken uitbundig. Wat ging er vooraf aan deze merkwaardige avond, op basis van welke historische gebeurtenis zaten ruim honderd musici en zangers op dat geweldige podium? Daarvoor moeten we terug naar september 1944. De gebeurtenissen van toen vormen, hoe vreemd dat ook moge klinken, de aanleiding voor dit concert. Mahler en Market Garden. Hoe vergezocht is die combinatie? We zullen zien dat die er wel degelijk is!

 Levenslange angst

Voor alle duidelijkheid: zelf maakte ik de laatste wereldoorlog niet mee. Mijn paspoort vermeldt 11.11.1949. (Om precies 11 uur 11 in Oeteldonk, maar dat terzijde!). Wat me nochtans dikwijls opviel als ik bij mij thuis gesprekken hoorde van (oud)ooms en -tantes was de tijdsbreuklijn in hun verhalen met als thema “Gebeurde hét nu vóór of ná de oorlog?” Alsof die periode van vijf jaar hun doen en laten, hun denken en vooral beleving bepaalden. Een min of meer simpel voorwerp als een kanonskogelhuls van een literachtige omvang werd af en toe opgepakt met het verhaal erbij dat een betonnen raamkozijn van mijn ouderlijk huis een aanzienlijk gat vertoonde vanwege de inslag van dat later met enige regelmaat opgepoetst stuk oorlogstuig. Los daarvan was de ondertoon er één van ontzag met een duidelijk randje angst. Met meer dan enige regelmaat bezocht een nichtje van mijn vader ons gezin. Als zij met haar man vertrokken was (..), werd ons met veel ontzag verteld dat zij één dag na de bevrijding van Eindhoven, op 18 september 1944, getroffen werd door een granaat. Met als droevig resultaat dat zij nooit kinderen zou krijgen. Pas veel later vertelde zij me dat verhaal zelf. De impact ervan staat me tot op de dag van vandaag bij! Het verdriet, maar bovenal weer die angst. Onze buurvrouw van diep in de tachtig vertelt nog steeds haar verhaal van schuilen in kelders bij bombardementen en nú nog anno 2019 komen die angstgevoelens terug als zij vliegtuigen over hoort vliegen. Angst. Als ongewenste, maar wel degelijk aanwezige gevoelspartner. Oorlog op zich is een abstract begrip, maar het zijn de verhalen van mensen van vlees en bloed, die inhoud geven aan die verschrikkelijke periodes in het bestaan van hen. Gelukkig (..) hebben we genoeg verhalen die kunnen dienen als doorgeefluik naar toekomstige generaties...

 “Gebeurde hét nu vóór of ná de oorlog?”

Liberationroute

In 2014 produceerden we in opdracht van de provincie Noord-Brabant verhalen voor zogeheten bevrijdingsstenen aan de Liberationroute. Het werden verhalen van mensen, toevallig allen mannen, die herinneringen ophaalden aan hun herinneringen aan de bevrijding van hun gemeente. Chronologisch qua geografische ligging werden verhalen opgetekend van inmiddels tachtigjarige mannen, die stuk voor stuk geëmotioneerd kond deden van die gebeurtenissen. Die route omvatte voor een groot deel de route die Market Garden heette. Van Borkel & Schaft via Eindhoven, Best, Son & Breugel, Heeswijk-Dinther naar Grave, terwijl ook Hoogeloon en Bergeijk aangedaan werden. Ronduit indrukwekkend was het verhaal van de toentertijd negenjarige René uit Borkel. Zijn vader kon het niet laten om op 11 september 1944 richting de Belgische grens te fietsen met een tweetal dorpelingen. Geruchten gingen rond dat de Canadezen onderweg waren. Wat een aanleiding om hen te verwelkomen! Het liep nochtans geheel anders, toen het drietal aangehouden werd door een groepje achtergebleven Duitse soldaten. Na enig heen en weer gepraat waren ze opgelucht te mogen vertrekken. Toen ze wegfietsten, werden ze alsnog van achteren beschoten! Renés vader stierf en hij werd provisorisch begraven. Een paar weken later werden ze gevonden. De impact van die gebeurtenis was voor René onbeschrijflijk! Het bepaalde niet alleen zijn jeugd, maar feitelijk zijn hele leven nadien. Aanvankelijk werd hij priester, maar later psychotherapeut. Hij schreef een boek met de titel ‘Mijn elfde september!’. Ook tijdens het interview in 2014 was de angst meer dan voelbaar!

Hetzelfde mocht gezegd worden van het vraaggesprek met de later architect geworden Jan uit Heeswijk. Tot hun onbeschrijflijke vreugde ontvingen zijn ouders en zijn broertjes en zusjes op hun boerderij een aantal Amerikaanse soldaten. Onder wie een indrukwekkende boomlange neger! Zoiets hadden ze nog nooit gezien. De stemming was uitbundig ook al werd er met handen en voeten gecommuniceerd, omdat er destijds alleen een veertienjarig zusje was dat een paar woorden Engels sprak. Die euforie sloeg compleet om toen een groepje vluchtende Duitse soldaten hen op het erf zag. Zonder pardon werden voor de ogen van Jan en zijn broertjes en zusjes de Amerikanen letterlijk aan flarden geschoten. Tijdens het interview duurde het erg lang voordat de inmiddels 80-jarige Jan zijn verhaal kon afronden (..). Op het einde ervan zei hij wat ik veelvuldig hoorde, ook in privéverband, namelijk dat na de oorlog mensen bij voorkeur niet of nauwelijks, maar in ieder geval met veel moeite over die angstige tijd spraken. Het leven moest immers verder. Decennia later kwamen die verhalen soms wél naar boven. In alle heftigheid als mensen hun posttraumatische stressmomenten alsnog deelden met hulpverleners. De naam van prof. dr. Bastiaansen schiet me spontaan te binnen!

Het leven moest immers verder. Decennia later kwamen die traumatische verhalen soms wél naar boven.

‘Groots denkbare smart’

Wat hebben deze verhalen te maken met Mahler? In de zoals altijd zeer informatieve programma-inleiding schrijft auteur Frits de Haan dat de tweede symfonie van Mahler met die ietwat tot onduidelijkheid qua bedoeling leidende naam, ‘Auferstehung’, ‘gezien kan worden als een terugblik op het verleden. En als een reflectie op de toekomst.’ Het lijkt me een terechte verwijzing naar wat Mahler met zijn symfonie wilde. De Haan nog een keer, de woorden van schrijver Klopstock citerend: ‘Auferstehn, ja, auferstehn wirst du! Met als alles overheersende gedachte ‘Sterben werd’ich, um zu leben’. Deze woorden en de ongelooflijk beeldende tekstschildering die Mahler ons voorschotelt, stellen het orkest in staat een passend eerbetoon te brengen aan al die soldaten die hun leven gaven voor onze vrijheid!’ Tot zover De Haan. Die hiermee treffend de gedachte achter de symfonie verwoordt, maar zeker ook de sfeer en stemming in het Eindhovense Muziekgebouw op die gedenkwaardige dinsdag, de 17de september 2019, was navenant! Op mij ging het om veel meer dan enkel en alleen noten. Alsof er iets anders gebeurde met de aanwezigen. Wat dan?

‘Auferstehn, ja, auferstehn wirst du! Met als alles overheersende gedachte ‘Sterben werd’ich, um zu leben’

Marjolijn Sengers dankbaar!

Als op de ochtend van 18 september het ED op de deurmat ligt, lees ik met meer dan enige belangstelling de recensie van bovengenoemde recensente. Zelden heb ik in een qua aantal woorden zo compacte nabeschouwing gelezen. Chapeau! Op één zinssnede na beschrijft zij de uitvoering alsook de belendende zaken erom heen. Het is, ik geeft het toe, niet bijster origineel, maar ik voeg haar bevindingen integraal toe aan deze blog.

RECENSIE / Betere bevrijdingsmuziek dan Mahler II is niet denkbaar

Wie: Philharmonie Zuid Nederland o.l.v. Dmitri Liss Waar: Muziekgebouw Eindhoven Wanneer: dinsdag 17 september

Marjolijn Sengers

Er is nauwelijks geschiktere muziek te bedenken om vijfenzeventig jaar bevrijding te vieren dan de tweede symfonie van Gustav Mahler. Het thema van dit zowel qua bezetting als tijdsduur grootse werk is Auferstehung, Opstanding. ‘Geloof toch dat je niet voor niets hebt geleefd en geleden’ is het motto van de symfonie, die Mahler in een uitbarsting van Godsvertrouwen en met inzet van alle voorhanden muzikale middelen doet eindigen. Dmitri Liss bracht eenheid in het ruim anderhalf uur durende stuk. Hijzelf en de musici groeiden in het Mahleriaanse rijke idioom, waarin ontroerende fijnzinnigheid, spannende nuances, lyrische melodieën en kleurrijke harmonieën om voorrang strijden. Toch werd het geen gevecht, daarvoor dirigeerde Liss te transparant. Met soepele, niet altijd even exacte maar wel tot de verbeelding sprekende gebaren en een expressieve mimiek maakte hij zichzelf kwetsbaar, nodigde hij de musici uit de reis door Mahlers gevoelsleven met hem te maken, zette hij meer in op verinnerlijking dan op volume. Alleen op het laatst was er geen houden meer aan en ging iedereen, o verrukkelijke ontlading, los in het imposante slotkoor waarin het leven het wint van de dood.

Klasse

Het grote, gefocust klinkende koor (Studium Generale en Brabant koor) zong vol overgave, sopraan Sarah Wegener straalde boven koor en orkest uit. Allermooist was alt Helena Rasker in het lied O Röschen rot. Wat een uitstraling, wat een techniek, wat een klasse!

En dan Dmitri Liss!

Ik kijk uit naar reacties van de ook aanwezige lezers/toehoorders van dit concert. Met die ene zinsnede bedoel ik Sengers’ zin dat ‘Liss niet altijd met even exacte, maar wel tot de verbeelding sprekende gebaren dirigeerde’. Ik blijf erbij dat Liss en de philharmonie zuidnederland meer en meer een gouden combinatie vormen. Die, wat mij betreft, nog jaren lang mag voortduren! Hetzelfde geldt voor dat in elk opzicht imposante concert. Hulde aan het adres van artistiek programmeur Jos Roeden. Mijn suggestie aan hem: programmeer elke vijf jaar een dergelijk concert. Maak er een traditie van. Aanleidingen genoeg! Niet alleen in onze regio, maar tevens elders in onze huidige, soms van zo bizarre omstandigheden bolstaande wereld! Om misschien wel de méést menselijke behoefte – vrijheid zonder angst!- te gedenken! Vanuit díe filosofie is er wat mij betreft géén cultuurvorm, die de mens méér raakt dan die de philharmonie zuidnederland veelvuldig presenteert: klassieke muziek. Muziek, omdat die mensen het meest indringend weet te raken en klassieke muziek, omdat die de tand des tijds weergaloos doorstaat en daardoor ‘ten eeuwigen dage leeft! Zelfs meen ik dat een concert als beschreven bijdraagt aan een zingevelijke dimensie! Het zij gezegd en terzake bevind ik me in goed gezelschap, want waren het niet onze oud-Griekse filosofen en culturele en politieke founding fathers, die muziek ook al op de eerste ofwel hoogste plaats zetten van het lijstje der muzen?!

Vanuit díe filosofie is er wat mij betreft géén cultuurvorm, die de mens méér raakt dan die de philharmonie zuidnederland veelvuldig presenteert: klassieke muziek.

Wilt u reageren op deze op persoonlijke titel geschreven blog, mail dan uw reactie naar eric.kolen@bureauerasmus.nl

 

Liberation Concert Margraten | een terugblik

‘Auferstehen’ in Margraten


De inleidende speech van de Amerikaanse ambassadeur in Nederland, voorafgaand aan het Liberation Concert op zondagmiddag 15 september in Margraten, raakte vele harten. Onder verwijzing naar de songtekst van Sentimental Journey maakte hij invoelbaar hoe de militairen die destijds nog jongens waren, het liefst terug naar huis – ‘go home’ – waren gegaan, maar wisten dat er eerst een missie vervuld moest worden. Als een opmaat voor Mahlers Tweede Symfonie zweefden die woorden over de duizenden toegestroomden en de duizenden witte kruisen op de zonovergoten groene velden van de begraafplaats. De ambassadeur bedankte Nederland voor de inspanningen om voor al die jongens – uit California, uit Michigan, uit New York – die niet naar huis konden, toch dingen te organiseren die dat thuisgevoel zo dicht mogelijk benaderen. Ook in dat opzicht was de magistrale uitvoering van Mahlers Tweede Symfonie een statement van herrijzenis én van de menselijke worsteling met de grilligheden van onze geschiedenis.

Die symfonie, waar Mahler (1860-1911) zelf lange tijd mee worstelde, werd bekend als de Auferstehung, herrijzenis of opstanding. Helemaal in de geest van Beethoven begrijpt Mahler muziek als een psychologische reis waarbij emotioneel en muziektechnisch vele (nieuwe) registers worden opgetrokken en immense contrasten opgeroepen. De overgang van diepe stilte naar oorverdovende akkoorden – soms binnen één seconde – werkte overrompelend. In haar vrijheidsmonoloog had scholiere Sophie Vleugels verteld over een militair wiens leven in een vliegtuig eindigde nadat hij voelde dat hij was verwond en niet bij machte was het neerstortende toestel te verlaten. Dat besef, dat schrijnen, die onomkeerbaarheid van een noodlot dat zich in één fatale seconde opdringt... het zat ook in de plooien van deze muziek die zich, in weerwil van weerstand en weerbarstigheid, een weg zocht naar licht en verlichting.
Ergens werd Mahlers kolossale werk omschreven als een achtbaan. Tientallen minuten gaat het er inderdaad aan toe als in zo’n attractie die lijf en geest door elkaar schudt – misschien als een nabootsing van echt oorlogsgeweld. Maar (en daar schiet de vergelijking te kort) ineens zijn er ook langgerekte landschappen van verstilling, van een onpeilbare rust waarop de hele symfonie lijkt te drijven en waarin het geluid van een vogel of een verre kinderstem instemmen met de kwetsbaarheid van deze krachtige muziek.

In een studie over de muziek van Mahler gebruikt filosoof-musicoloog Theodor W. Adorno de uitdrukking ‘Vorhang und Fanfare’ om daarmee uit te drukken dat deze muziek inderdaad is als een landschap met vele coulissen en oases. Voor de hand liggend en tegelijk briljant was het plaatsen van een kopersectie en ‘Fernorchester’ elders op de begraafplaats. Alsof van ver weg werd ingestemd met deze muziek en deze bijeenkomst. Alsof de muziek zelf een gesprek aanging met de doden. Alsof de doden zelf instemden met deze poging hen tot spreken te brengen, een podium te geven, en hen en onszelf ervan te doordringen dat vergeten – juist ook in deze verwarde actualiteit – geen optie mag zijn.

Heel de symfonie is te beleven als een voorbereiding op het slotdeel waarin koor en solisten de woorden van de ‘Auferstehungs’-tekst over hun lippen brengen. Zoals het leven een voorbereiding kan zijn op de dood, zo wil deze muziek een voorbereiding zijn op het geloof dat herrijzenis niet onmogelijk is, dat er een leven kan zijn na de dood, dat alle leven onderhevig is aan de eeuwige cyclus van vergaan en ontstaan, en dat menselijkheid staat of valt met de overtuiging dat niemand voor niets leeft en lijdt.
Een existentiële filosofie, gegoten in een paar strofes en monumentale muzieklijnen en akkoorden. Alsof het orkest, het podium en de hele begraafplaats transmuteerden in een ruimteschip dat een lift-off beleefde naar betere tijden. Want ja: de zon scheen uitbundig. Zo warm was het tijdens de eerste delen dat je sommige orkestleden zag lijden. Maar naarmate de symfonie vordert komt er af en toe een bries. Publiek, koor en orkest zetten zich schrap voor de verstilde momenten waarin de tijd zelf stil lijkt te staan en het vertrouwen in de overwinning van stof door onsterfelijk leven wordt uitgedragen.
Waarlijk grote muziek slaat een brug naar een hiernamaals dat misschien alleen in en dankzij die muziek kan bestaan. Hier werd een brug geslagen naar 8301 graven die in alles betrokken waren in dit ritueel van opstanding. Een groter compliment kan ik de Philharmonie Zuid-Nederland onder leiding van Dmitry Liss, sopraan Sarah Wegener, alt Helena Rasker, het Brabant Koor, Studium Chorale en koordirigent Hans Leenders niet maken. Het beheerste spel, het gevoel voor de grote spanningsbogen en het besef van de atmosfeer en omgeving waren meesterlijk in de zuivere betekenis van het woord: de musici en hun dirigent als geniale verbindingstroepen tussen hier en daar, toen en nu, hemel en aarde.

Jaren geleden stuitte ik aan de Theems in Londen op een monument van de Royal Air Force, compleet met het motto van de RAF: per ardua ad astra, door inspanning tot de sterren. In voorbereiding op het bevrijdingsconcert ontdekte ik dat het tevens de lijfspreuk was van Gustav Mahler voor wie alle muziek een struggle was om tot iets hogers te komen.


Na afloop van het concert klonk ogenblikkelijk een daverende staande ovatie. We wisten en voelden: anderhalf uur lang was ‘Auferstehung’ een feit. Samen met de doden waren we even ‘thuis’ geweest. Per ardua ad astra. Aan ons de schone en levensbelangrijke taak dat gevoel in het dagelijks leven vast te houden en uit te dragen.


Govert Derix – Margraten/Maastricht, 15/16 september 2019

De foto's zijn van Focuss22

 Labeques spelen Mozart

Muziekgebouw Eindhoven - 1 juni 2019 door Ben Taffijn

Ingeklemd tussen composities van twee van de beroemdste componisten uit de westerse klassieke muziek: Wolfgang Amadeus Mozart en Ludwig von Beethoven klinkt vanavond bij de Philharmonie zuidnederland, onder leiding van Karel Deseure, het nieuwe ‘Concert for Two Pianos’ van de Amerikaanse componist Bryce Dessner, woonachtig in Parijs, dat in april 2018 in Londen zijn wereldpremière beleefde. Met Katia en Marielle Labèque, waar Dessner het stuk ook voor schreef, achter de toetsen.

Zo hoor je tijdenlang niets van een componist en zo hoor je ineens drie stukken in twee maanden tijd. Op 11 mei bracht het DoelenKwartet, samen met gitarist Aart Strootman de Nederlandse première van ‘Quintet for High Strings for Guitar and String Quartet’, nu klinkt dit pianoconcert en later deze maand brengen het vocaal ensemble Roomful of Teeth en Asko|Schönberg, tijdens het Holland Festival, ‘Tryptich (Eyes Of One On Another)’, Dessners hommage aan fotograaf Robert Mapplethorpe.


De zusters Labèque met Dessner
De handtekening van Dessner staat ook zeker op dit ‘Concerto for Two Pianos’. Direct al in het begin wisselen slagwerk en piano elkaar met sterke akkoorden af en heeft het geluid van de cello’s iets verderop verdacht veel weg van een elektrische gitaar. Dessners achtergrond bij rockband The National is immers nooit ver weg. Maar degradeer Dessner hierbij niet tot de popster die zo nodig ook het klassieke pad op moet, daar zijn deze composities eenvoudigweg te goed voor. Krachtig is het gebruik van de percussie, metalig klinkend, dienend die als ankerpunten door het gehele stuk heen. Met name in het eerste deel horen we een zeer contrastrijke compositie, vol dynamische effecten. Het tweede deel begint zeer ingetogen met de twee piano’s in een kabbelend, repetitief motief. Enige strijkers ondersteunen het en verderop onder andere de hobo en de fagot. Het klinkt als een meanderende rivier van subtiele klanken. Mooi hoe Dessner verderop de melodie aan het orkest geeft en daar de pianistes op laat variëren. Langzaam maar zeker wint dit stuk aan scherpte, komt er steeds meer dynamiek in, culminerend in staccato spelende strijkers, waarin de geest van de rock ronddwaalt. De rustig meanderende rivier van het begin is inmiddels uitgemond in een wild stromende variant. Ook het derde deel vangt aan met de piano’s. Een intense, meerstemmige pianomelodie klinkt, met een tegendraads element. Het is de opmaat tot een stuwend vervolg, waarin orkest en piano’s elkaar afwisselen met een grote diversiteit aan ritmische patronen en culminerend in een daverende climax. Met dit concert heeft Dessner een boeiend stuk toegevoegd aan de pianoliteratuur voor vier handen. Collega’s van de zusters Labèque moeten echter nog even geduld hebben, tot 2022 mogen alleen zij het in het openbaar spelen.


Mozart schreef zijn tiende pianoconcert, één voor twee piano’s, in 1779 op zijn 23ste voor zijn zus Nannerl en hemzelf, het kreeg uiteindelijk het nummer KV365. De zusters Labèque hebben het in de 50 (!) jaar dat zij inmiddels samenspelen ongetwijfeld al zeer vaak onderhanden gehad (en reeds in 1990 opgenomen voor Philips), iets dat we hier ook terughoren in het ongelofelijk strakke samenspel. Want Mozart trok voor dit speelse stuk alles uit de kast. Soms gaan de twee pianisten gelijk op, maar veel vaker wisselen ze elkaar af in een pittige dialoog, of zitten ze elkaar eerder in de weg, delen ze plaagstoten uit, kibbelen een beetje. Net zoals Mozart dat gedaan heeft met zijn zusje. Dit stuk is ook echt een stuk voor die twee piano’s, het orkest mag aanvullen, accenten leggen en de brug slaan tussen twee onnavolgbaar virtuoze passages.

Beethovens vijfde symfonie, de meest gespeelde van de negen, hoorde we onlangs door het Symfonieorkest van de Munt, onder leiding van Alain Altinoglu, als onderdeel van zijn Beethoven cyclus. Zie ook dat verslag voor de achtergronden bij deze symfonie. Vergelijken ligt dus voor de hand. Allereerst kiest ook Deseure, overigens net als Altinoglu en veel andere dirigenten op dit moment, voor een klein orkest en voor de snelle tempi die Beethoven voorschrijft. Al blijft hij wel onder Altinoglu. Met veel vaart gespeeld dus en allemaal prima getimed en strak gedirigeerd, zeker als we in gedachten houden dat er twee dagen repetitie waren voor dit complete programma en dat het pas de derde keer is dat Deseure de vijfde dirigeert. Want daar ligt wel een belangrijk verschil. Het Symfonieorkest van De Munt en Altinoglu zijn inmiddels aardig met elkaar vertrouwd en op het moment dat de vijfde klonk, hadden ze de eerste vier symfonieën van Beethoven reeds achter de rug, geen wonder dat alles daar perfect in elkaar paste en deze vijfde klonk alsof er gewoon geen andere manier van uitvoeren mogelijk is. Dat krijgen de Philharmonie zuidnederland en Deseure niet gedaan, dat mag wellicht ook niet worden verwacht. Wat blijft staan is onverdroten speelplezier, liefde voor het stuk en de kwaliteiten van dit uitstekende orkest, voor nu genoeg. Wat ook blijft staan is dit: het ‘Concerto for Two Pianos’ van Dessner is het hoogtepunt van de avond!

Deze blog is ook terug te lezen op zijn eigen website: nieuwe noten

 A Quiet Place van Leonard Bernstein

Chassé Theater, Breda – 6 december 2018 door Ben Taffijn

De opera ‘A Quiet Place’, die Leonard Bernstein aan het einde van zijn leven voltooide, wordt vrijwel nooit opgevoerd. Gisteren bleek weer eens hoe onterecht dat is, tijdens één van de laatste voorstellingen van een uitgebreide tournee die Opera Zuid met het stuk maakt. Het is blijkbaar het enige gezelschap dat het in Bernsteins honderdste geboortedag aandurfde het stuk te programmeren! Veel heeft natuurlijk te maken met Bernsteins muziek die altijd heeft gebalanceerd tussen meerdere muzikale werelden, iets wat gek genoeg lang niet mocht.



Maar ‘A Quiet Place’ is in veel opzichten meer dan de moeite waard en deze uitvoering door Opera Zuid, samen met de Philharmonie Zuidnederland onder leiding van Karel Deseure en onder regie van Oprha Phelan is er één om te koesteren. Helder als glas schetsen ze de gebeurtenissen die, en dat is de kracht van Bernstein, voor ons allen herkenbare elementen hebben. Het begint bij de begrafenis van Dinah, omgekomen tijdens een auto ongeluk. Een personage dat Bernstein reeds eerder ten tonele voerde, in het in 1952 geschreven ‘Trouble in Tahiti’, dat eerder dit jaar tijdens het Opera Forward Festival nog te zien was. We zijn nu echter zo’n 35 jaar verder in de tijd. Vrienden en familie zijn aanwezig en we horen de typische gesprekken die gevoerd worden op begrafenissen. Sam haar echtgenoot, die we herkennen als de blaaskaak met winnaarsmentaliteit uit ‘Trouble in Tahiti’, een mentaliteit waar nu niet veel meer van over is, staat roerloos bij de kist met zijn rug naar het publiek. De twee kinderen van Dinah en Sam, Dede en Junior, schitteren nog door afwezigheid, een veeg teken. Uit de gesprekken tussen de gasten blijkt al snel dat in dit gezin de spanningen in overvloed aanwezig zijn en als eerst Dede en haar partner Francois opduiken en nog later Junior ontvouwt zich een klein drama. Vooral als de gasten zijn vertrokken en de spanningen tussen vader en zoon uit de hand lopen. Het is duidelijk dat Juniors homoseksualiteit zijn vader al jarenlang dwars zit, wat is dat voor een man? De jongen heeft er een trauma aan over gehouden.



In de tweede akte leest Sam in Dinah’s dagboeken, uit de tijd van ‘Trouble in Tahiti’, waar Bernstein en zijn librettist Stephen Waldsworth hier handig gebruik van maken. Een aantal scènes uit die opera nam Bernstein over voor ‘A Quiet Place’, als flashbacks van Sam. Mooi gedaan, want werkend als een catharsis voor deze man die door begint te krijgen dat zijn leven lang niet zo succesvol is als hij zou willen. En hier komen we uit bij de Amerikaanse droom die Bernstein grandioos op de hak neemt, met name in het jazz-trio dat het leven in Suburbia bezingt en ‘the little white house’, waarin alles perfect is: nieuw, design, inclusief het gezinnetje. Maar kijk vooral niet achter de facade. Want die zucht naar succes en bijbehorende financiële welstand eist zijn tol. Bijvoorbeeld doordat de gezinsleden elkaar niet meer kennen, niet meer met elkaar praten en in wezen dus niets meer met elkaar hebben. Het culmineert op pijnlijke wijze in de scène waarin de jonge Sam en Dinah (hier overigens gezongen door hetzelfde tandem dat de rollen in Amsterdam zong: Turya Haudenhuyse en Sebastià Peris I Marco) elkaar tegenkomen in de stad en allebei zeggen dat ze te laat zijn voor een lunchafspraak, terwijl dat niet zo is. Beiden zingen vervolgens solo: “Why did I lie? Where is our garden with a quiet place?” Helemaal aan het eind van de opera, na veel stress en geruzie, lijken de vader en de kinderen het eindelijk in te zien. Het moet anders. De dood van een geliefde was blijkbaar nodig om tot dit inzicht te komen. Phelan verbeeldt het mooi, de dode Dinah is continu aanwezig, tijdens haar begrafenis en de dag erna. Pas als alle actoren inzien dat het anders moet, kan zij vertrekken.



Niets dan lof voor deze productie. Phelan regisseert het geheel duidelijk en zonder poespas, zodat herkenning en ontroering hun gang kunnen gaan. Huub Claessens overtuigt als de oude Sam, groots in zijn ontreddering en kinderlijke vreugde als hij zichzelf terugvindt, Michael Wilmering zet de getormenteerde Junior prachtig neer in al zijn complexiteit en Sabastià Peres I Marco is een geweldige ééndimensionale Sam die louter leeft voor succes. En dan is er nog de Philharmonie Zuidnederland, die onder leiding van Deseure uitstekend raad weet met de complexe muziek van Bernstein en zijn grote diversiteit aan stijlen. Want Bernstein kende de Europese klassieken als geen ander, maar had ook een carrière op Broadway achter de rug en was mede gevormd door de jazz. We vinden het in ‘A Quiet Place’ allemaal terug en dwars door elkaar. Maar het komt hier allemaal perfect tot zijn recht, een prestatie van formaat.

Deze blog van Ben Taffijn is ook terug te lezen op zijn eigen website.

A quiet place van Bernstein. Dromerig weg van gebaande paden

Door Eric Kolen(*)

Het is absoluut onmogelijk om niet-enthousiast de Maastrichtse burelen van Waut Koeken te verlaten. Ruim anderhalf jaar is hij momenteel de intendant van Opera Zuid en zijn tweede opera staat op punt van beginnen. ‘A Quiet Place’ van Leonard Bernstein, de Amerikaanse componist met Russisch-Joodse roots, die dit avondvullend opus in 1983 voltooide. In dat jaar ging de opera in Houston in première en vervolgens in 1984 in gereviseerde versie – de versie die Opera Zuid brengt – in het vermaarde La Scala in Milaan. Amper drie jaar later vond een nieuwe uitvoering plaats in…jawel…Heerlen, door studenten van het Maastrichts Conservatorium, met Huub Claessens destijds als Young Sam en nu bij Opera Zuid als Old Sam. Koeken praat niet met je, maar overtuigt iedereen, die met hem in gesprek gaat over het belang en de betekenis van opera, en in het bijzonder over deze productie. De serie van dertien uitvoeringen start en eindigt in Maastricht en is op donderdag 15 november te zien in het Parktheater in Eindhoven, het tweede huistheater van het operagezelschap. Dat keer op keer in staat blijkt met een minimaal budget opera’s te presenteren van een uitzonderlijk hoog niveau! Als de vooruitzichten kloppen, zal ook ‘A Quiet Place’ in dit legendarische rijtje opgenomen worden! Dat ook de philharmonie zuidnederland en het Eindhovense Parktheater hierin een essentiële rol spelen, is volgens Koeken evident!

Hoopvol perspectief
Vrijwel iedere wereldburger kent naam, reputatie én het oeuvre van Leonard Bernstein, die 100 jaar geleden werd geboren. Wat was hij allemaal? Dirigent, pianist, educator van klassieke muziek -wie herinnert zich niet zijn vermaarde presentaties voor kinderen in bomvolle zalen samen met de New York Philharmonic- én componist. Met de wereld veroverende musical ‘The West Side Story’ als hoogtepunt. Waut Koeken:“A Quiet Place is anders, zoekt meer diepere gevoelens op, die mensen met elkaar hebben. In soms hartverscheurende scenes wordt in deze opera een tableau blootgelegd waarin onderlinge relaties van een vijftal mensen zich ontvouwen. Een overleden moeder, een vader, die zijn zoon, dochter en schoonzoon nauwelijks meer ziet en hen nu wél ontmoet vanwege die tragische dood van zijn vrouw en hun moeder. In die zin is de opera het zoveelste vervolg van alle verhalen, die mensen elkaar vertellen; zie bijvoorbeeld hoe ook de Griekse mythologie, en dus de oorsprong van het theater, al geheel in het teken stond van familie en familierelaties. Ook in gezinsverband en hoe star, uitzichtloos en bizar die onderlinge verhoudingen soms ook zijn, het mooie van deze opera is dat naarmate het einde nadert er desondanks iets ontstaat van hoop, van uitzicht op een andere, een betere omgang met elkaar!” Even droomt Koeken weg en zegt dan bijna fluisterend: “Its a dream for the audiance…”



Vocale hoogstandjes
Bernstein verwezenlijkt dat op zijn geheel eigen wijze en dus met zijn manier van muziekschrijven. Met een moeilijk woord heet dat ‘eclectisch’, zeg maar het gebruiken van verschillende stijlen. Dat was Bernstein sowieso wel toevertrouwd, maar in dit werk vervolmaakt hij deze manier van componeren. Zo komen jazzinvloeden langs met felle ritmiek, schuwt hij geen Stravinsky-achtige klanken en deinst hij er evenmin voor terug her en der filmische muziek de revue te laten passeren. Bernstein is ronduit geniaal om deze diverse invloeden ten dienste te laten zijn van zijn ultieme boodschap. Koeken onderstreept dit nog eens als hij stelt: “Bernstein was op het moment van deze compositie rijp. Als mens, ervaren in leven en werken en in staat de diepst menselijke emoties op de bühne te zetten!” Deze laatste quote kunnen we bevestigen als we na het gesprek met deze jonge, maar zeker ook ervaren intendant (Wilrijk-Antwerpen, 1975) een gedeelte van een repetitie bijwonen. Inderdaad, geen opera met een serie vocale hoogstandjes à la het Pavarotti-repertoire. Maar wat een intensiteit, wat een inzet van de solisten én wat een aansprekende muziek. Deze opera, A Quiet Place, laat je per se niet los, zoveel is zeker! Overigens is op de site van Opera Zuid een alleraardigst filmpje te zien van Bernstein, die met orkest de prelude, zeg maar ouverture, van de derde akte van de opera speelt! Prachtig!

Samenwerking voorop
Waut Koeken is evenwel niet enkel een dromer. In die zin dat hij veronderstelt in zijn uppie een operaproductie te kunnen doen. Zo roemt hij bijvoorbeeld de samenwerking met die andere trotshouder van Zuid-Nederlandse origine: de philharmonie zuidnederland. Het orkest met maar liefst twee vestingplaatsen, Eindhoven én Maastricht. Sinds jaar en dag ook de vaste partner in de bak. Koeken is heel blij met het het nieuwe partnerschap tussen Opera Zuid en philharmonie zuidnederland: “Het is evident meer dan een contractrelatie in de zin van wij doen dan en dan die opera en kunnen jullie voor ons spelen? Nee, er is geen artistiek of logistiek onderwerp dat niet ter positieve discussie staat!” Als voorbeeld noemt hij de bijna extreme bezetting, die Bernsteins werk vereist. Die is enorm en dan blijkt die meer dan collegiale instelling van de orkestmensen. Er wordt dan net zo lang overlegd totdat zowel een creatieve als effectief werkbare oplossing bedacht is, met inachtneming van de krappe budgetten waarmee beide partners moeten werken. Fantastisch noemt Koeken deze relatie!



Schouwburg ibidem!
Koekens wens om met anderen een schone samenwerking op te bouwen, blijkt ook als hij het heeft over die met Parktheater Eindhoven. “Het is”, zegt hij met een vastberaden glimlach op zijn gezicht, “nu eenmaal het tweede theater waar we ons ‘huisgezelschap’ mogen noemen en waar we ons ook écht ‘thuis’ voelen! Dat blijkt wel uit het feit als we de grote zaal van het Eindhovense gebouw meer dan een volle week mogen gebruiken voor de intense voorbereidingen als daar een première plaatsvindt. Dat gebeurt aanstaande mei als we daar onze tweede productie in première laten gaan. ‘Fantasio’ van de dan, in 2019, 200 jaar daarvoor geboren operacomponist, Jacques Offenbach. Er is geen voorbeeld te bedenken dat niet op een bevredigende manier wordt opgelost als er zich een probleem voordoet van welke omvang dan ook.” Het Parktheater is – en dat kan Koeken, die als regisseur in vele theaters overal ter wereld heeft gewerkt, met enthousiasme bevestigen – een van de beste en meest gastvrije huizen in Europa! We worden van harte uitgenodigd dat voorbereidingsproces nauwgezet te komen volgen in het Eindhovense; hetgeen we met graagte accepteren.

Opera als cultuurfilosofische uitdaging!
Wauter Koeken onderbreekt het alleszins plezante vraaggesprek, omdat hij een auditie heeft van een jonge zangeres. Bij terugkomst valt hij direct met de deur in huis. “Met welke zaak ik ook bezig ben, ik onderbreek die zeker en vast als ik de kans krijg om jonge mensen te ontmoeten, het ‘spes patriae’ van de opera. Daarin gaan we best wel ver. Weet je, opera is zo veel meer dan het laten zingen van wat vocale hoogstandjes. Opera is dé sublieme combinatie van wat mensen zijn en doen. Het voortdurend afwisselen van hoofd, hart en ziel. De ideale combinatie van tekst en denken enerzijds en muziek en emotie aan de andere kant! In hun dagelijkse leven doen we dat, maar ook als we willen genieten van verhalen van andere mensen. Kijk naar een Verdi, die als geen ander de psychologische karakters van zijn personages kon uitwerken tot mensen van vlees en bloed. Toen Puccini ooit gevraagd werd wat hij wilde bereiken met zijn opera’s, antwoordde hij dat geen zakdoek de zaal droog mocht verlaten!” Koeken glimlacht weliswaar wat bij deze laatste uitspraak, maar in essentie staat hij daar achter. Opera is bij uitstek de cultuurvorm waarin verschillende uitingen bij elkaar komen, zoals acteren, decors, kostuums, attributen, verhaallijnen én zingen! “Mensen hebben daar nood aan!”, stelt hij vastberaden en waarschijnlijk moet de mens nog geboren worden die deze quote dúrft te ontkennen…



Magische aperitiefrecitals
Koeken is onstuitbaar enthousiast als hij het heeft over het voortdurend willen samenwerken met anderen. Nederland telt drie ‘BIS’ (culturele basisinfrastructuur) operagezelschappen, De Nationale Opera in Amsterdam, de Nederlandse Reisopera in Enschede en Opera Zuid. Daarnaast heb je tal van geweldige gezelschappen die ook opera en muziektheater voor een breed publiek verzorgen, zoals Opera2day (Den Haag) en Holland Opera (Amersfoort). Koeken: “Samen vormen we een soort van Operagilde, we komen met enige regel maat bij elkaar, overleggen over allerlei praktische zaken én bekijken hoe we jong talent een podium kunnen geven. Zie dit dus vooral als complementair en zeker en gewis niet als vliegenafvangerij ofwel concurrentie! Hetzelfde geldt overigens voor operagezelschappen in de min of meer directe omgeving van Zuid-Nederland!” Als hem de vraag gesteld wordt of er in Zuid-Nederland aan samenwerking gedaan wordt, knikt hij zo mogelijk nog enthousiaster: “Zeker! Met de conservatoria van Tilburg en Maastricht hebben we in de loop van 2017 en ‘18 een Kooracademie opgericht om jong talent een podium te bieden. Dat werkt hier goed en daar gaan we zeker de vruchten van plukken. Wanneer merken we dat dan in de praktijk, luidt de vervolgvraag. Koeken droomt even weg en zegt dan met zachte stem: ”Met die stemmen van morgen zou ik, laat ik zeggen, aperitiefrecitals willen verzorgen met links erin naar de echte producties. Mensen genieten daarvan en zij doen ervaring op, het kan niet mooier!” Wellicht dat hier in het volgende operaseizoen kansen liggen om wanneer Opera Zuid de kant van de Magie opgaat met producties die deze kwalificatie alle eer aandoen: Mozarts Die Zauberflöte en Brittens ‘A Midsummer Nights Dream’. Ofwel, hoe af te wijken van de gebaande paden met een innovatieve aanpak, gebaseerd op passie voor dat merkwaardige fenomeen opera. Waut Koeken ten voeten uit. Maar eerst ‘A Quiet Place’. Waarschijnlijk springt Bernstein uit zijn graf om deze productie in Zuid-Nederland te komen bekijken…

(*) Met dank aan Lily Hollanders voor haar gedegen vooronderzoek!

Simone Lamsma, Bruch en Mario Venzago bezorgen talrijk publiek overgetelijke matinee

Door Eric Kolen

Sowieso ben ik al een verklaard voorstander van het bezoeken van een matinee! Dat typische zondagmiddaggevoel met reminiscenties naar anno-toen. Een bomvolle grote zaal in het Eindhovense muziekgebouw. Prachtig! Als uitgesproken liefhebber van het romantische repertoire liegt het programma er niet om. Von Weber, Bruch, Borodin en Schumann. Wauw! En opnieuw ‘onze’ philharmonie zuidnederland in topvorm. Voeg daar een ‘diva assaluta’ aan toe in de persoon van violiste Simone Lamsma én de volstrekt eigenzinnige, maar o zo muzikale dirigent als de Zwitser Mario Venzago en werkelijk alle ingrediënten zijn aanwezig om er een onvergetelijke happening van te maken. En alzo geschiedde…

Appetizer
Andermaal een opmerkelijke keuze van artistiek programmeur én professioneel klarinettist Jos Roeden om het concert te laten beginnen met een ouverture. Op zich niets bijzonders, maar wel de keuze, namelijk die van de puur romantische opera ‘Der Freischütz’ van Carl Maria von Weber uit 1821. Wat een ongelooflijk heerlijke speelmuziek. Met uiterst dankbare soli voor ja inderdaad, de klarinettist, iets waar Arno van Houtert wel raad mee weet. Overigens ook de hoornsessie onder de bezielende leiding van Peter Houben mag Von Weber dankbaar zijn. In hedendaagse terminologie: ‘wat een wonderfull appetizer…’. Wat tevens al direct opviel was de beweeglijkheid van dirigent Venzago. Concertinleider en contrabassist Maarten Kroese gaf het al aan in zijn sophisticated inleiding: het was even wennen, maar werken met deze dirigent is een feest. Hij doet soms compleet onverwachte dingen, legt onvermoede accenten maar ze wérken wel. Erg mooi om mee te maken als orkest! “En o ja”, vervolgde Maarten, “Simone Lamsma is weliswaar bereid een toegift te geven na het concert, maar u als publiek moet dat wel afdwingen door haar talloze malen terug te laten komen….het is maar een tip!”

Hij doet soms compleet onverwachte dingen, legt onvermoede accenten maar ze wérken wel. Erg mooi om mee te maken als orkest!

Ongeëvenaard violiste
Als toentertijdse sterviolisten als Auer, Vieuxtemps en Joachim himself Bruch vragen om zijn vioolconcert uit te mogen voeren, ja dan is er iets bijzonders aan de hand. Auteur van de programmatoelichting Stephen Westra beschrijft het ontstaan van dit vermaarde vioolconcert; terecht op de lijst van elk zichzelf respecterend violist. En dus ook van Simone Lamsma, inmiddels een wereldwijd geroemd musicus. Met in haar frêle handen de precies 300 jaar oude Mlynarski-Stradivarius uit 1718! (Mooi om te zien hoe Simone na afloop van het concert haar peperdure instrument losjes in een hardplastic box over haar schouders meezeulde met een spaatje in haar hand. Meer informatie over haar vind je op www.simonelamsma.com)



Enthousiast schrijven over dit memorabele concert is als hier in Brabant een mooie Gévry Chambertin 2006 kopen en die vervolgens terugbrengen naar de Bourgogne om hem aldaar te drinken. Overbodig eigenlijk! Wát valt er te zeggen? Simone Lamsma schitterde, speelde de sterren van de hemel. Haar toon is stevig, maar tegelijk uiterst transparant en soms zeer lieflijk. Die kwaliteiten combineren en inbrengen in dit concert leidt tot een bijkans magisch geheel. Evenmin mag hier de rol van dirigent Venzago onvermeld blijven. Wat volgde hij Lamsma geconcentreerd, met her en der inderdaad opmerkelijke accenten qua ritme en dynamiek. De innige omhelzing van dirigent en soliste direct na afloop was dan ook alleszins begrijpelijk ook al omdat deze matinee de laatste in een toer was langs verschillende muziektheaters. Het applaus was overdonderend en zéér langdurig. Volkomen terecht. Lamsma speelde dús een toegift, een werk van Paul Hindemith. Mon Dieu, wat een virtuoos opus en wat een dynamische uitvoering ervan. Dat ‘La Lamsma’ maar regelmatig naar Zuid-Nederland af moge reizen om hier haar talenten bot te vieren. In nauwe en dankbare samenwerking met de toehoorders van deze regio!

Dat ‘La Lamma’ maar regelmatig naar Zuid-Nederland af moge reizen om hier haar talenten bot te vieren.

Elke vierkante centimeter
Na de pauze andermaal heerlijke, romantische muziek. ‘De Steppen van Centraal-Azië’, één van de slechts twintig werken van de Russische componist Alexander Borodin. Collega-componist Rimski-Korsakov dirigeerde de première in 1880 en het werd opgedragen aan Franz Liszt. Wauw, wat een select gezelschap. Hetzelfde geldt voor de muziek. Verstilde klanken, afgewisseld met Wagneriaanse erupties, de symboliek van die uitzichtloze steppen verklankend. Met een dankbare soloachtige rol voor de alt-hobo, die we ook kennen als de ‘Engelse hoorn’. Het werd een muzikale ontmoeting tussen Centraal-Azië en het Rusland van 1880 toen ook al destijds de expansiedrift van het land onder leiding van tsaar Alexander zijn uitwerking kreeg. Ronduit prachtig! Venzago danste soms op de bok, gebruikte elke vierkante centimeter van het gestoelte, zijn collega’s van het orkest uitdagend alles te geven. Hetgeen gelukte!

Intiem muzikaal gebeuren
Schumann. Als ik aan hem denk, overkomen me soms wat treurige gedachten. Van een geniaal componist, die het bepaald niet gemakkelijk had in zijn leven, dat zelfs in- en intens triest eindigde! Maar dan die muziek. Zo melodieus, zo aangrijpend emoties weergevend in een gelaagdheid, die de ware, geniale componist laat zien. Schumanns latere vrouw, Clara Wieck stimuleerde hem tot het schrijven van symfonieën. Deze vierde stamt uit 1852 nadat eerdere versies ervan door de componist niet waardig gekeurd werden om uitgevoerd te worden. Het aparte, opmerkelijk aan deze symfonie is dat de onderdelen ervan doorlopen; zonder pauzes tussen de delen, zoals eigenlijk te doen gebruikelijk. De philharmonie zuidnederland wist wel raad met dit werk. Geconcentreerd de aanwijzingen van de steeds ‘lossere’ dirigent opvolgend, werd het één groot muzikaal feest. Met lied- of kamermuziekachtige wendingen, die de Schumann verraden van het soort intiemere muziekgebeuren waarin hij zo schitterde! Opnieuw volgde een applausontlading van groteske omvang hetgeen de dirigent verleidde de dame, die hem een bos bloemen schonk te omhelzen en de bloemen met een wijds gebaar de zaal inwierp. Muziek maakt veel los! Zoveel is zeker!

Na afloop ‘Feuilles volantes’
Contrabassist Gildas Delaporte van de philharmonie zuidnederland is behalve pianist/beiaardier óók componist. En wel van Franse chansons. Met een gelegenheidsorkest, bestaande uit vier blazers -hoorn, trompet, trombone en dwarsfluit-een contrabas, slagwerk én Delaporte achter de piano, begeleidde hij zichzelf op de piano in die wonderschone, poëtische Franse taal. (À propos: alle leden van dit ensemble zijn leden van de philharmonie!) Klankkleuren passeerden de oren in de foyer, die me deden denken aan Brèl, Trenet, Moustaki en Piaf. Een steeds enthousiaster publiek klapte mee en in menig geval werd er meebewogen op de soms felle, dan weer langzame gedeelten. Zoals de programmatoelichting gewaagde terecht van een ‘Frans aperitief voor het zondagsdiner’! De liederen, waarin ‘de liefde voor het leven, de schoonheid van de natuur en het spel van de romantiek’ doorklinken zijn verzameld op een cd met als herfstachtige titel ‘Feuilles volantes’. Dit soort spontane optredens na een matinee(..) kunnen niet genoeg plaatsvinden. Ook al omdat ze de orkestleden laten zien in een geheel andere, maar zéér muzikale rol. Aanbevolen!

PS: ik blijf het toch schrijven hoor! Op hetzelfde moment dat de philharmonie zuidnederland in het Eindhovense Muziekgebouw dit wonderschone concert verzorgde, zit de andere helft van het orkest in de bak van theaters in Zuid-Nederland. Ze begeleiden Opera Zuid in Bernsteins opera ‘A Quiet Place’. In een aparte blog ga ik hier verder op in. Wat een ongelooflijke voorziening toch dit orkest. Het valt te hopen dat ‘de’ politiek de waarde hiervan inziet. Nu en tot in lengte van jaren….

Wilt u reageren op deze op persoonlijke titel geschreven blog, mail dan uw reactie naar eric.kolen@bureauerasmus.nl

Sjostakovitsj versus Stalin

Door Ben Taffijn, Muziekgebouw Eindhoven, Eindhoven – 27 oktober 2018

In Maastricht, Eindhoven en Aken brengt Philharmonie Zuidnederland onder leiding van chef-dirigent Dmitri Liss een indrukwekkend programma met muziek uit Liss’ geboorteland Rusland, het uit 2012 stammende ‘Quinlong Azure Dragon’ van Olga Victorova en Dmitri Sjostakovitsj’ tiende symfonie, naast het eerste vioolconcert van Karl Szymanowski, afkomstig uit buurland Polen, met als soliste Alena Baeva.

‘Quinlong Azure Dragon’ ontleent zijn titel aan de gelukbrengende draak die we tegenkomen in het Verre Oosten. Hij brengt voorspoed, bloei en welvaart. Victorova componeerde het stuk voor het internationale festival Eurasia dat in 2012 plaatsvond in Jekaterinenburg, de hoofdstad van Sverdlovsk in de Oeral. Inmiddels is de draak ook bij ons gesignaleerd en beleeft het stuk hier zijn Nederlandse première in aanwezigheid van de componiste. Middels spannende glissandi verklankt Victorova zijn glijdende vlucht, mysterieus met een dreigende ondertoon van het slagwerk. Het stuk leunt zwaar op de Russische volksmuziek, aangevuld met oosterse klanken, waarmee Victorova zich schatplichtig aan Stravinsky betoont. Prachtig is de dialoog tussen de hogen klanken van het woodblock en de diepe klanken van de grote orkesttrom. Het volume voert ze op tot een oorverdovende climax.
 



Karol Szymanowski schreef zijn eerste vioolconcert in 1916 voor Paweł Kochański, die het stuk overigens voorzag van een virtuoze cadenza. De Russische revolutie gooide echter roet in het eten en toen het concert zes jaar later in Warschau eindelijk in première ging, zat Kochánski inmiddels in de Verenigde Staten. De invloed van zowel Claude Debussy als Richard Wagner op Szymanowksi horen we in dit vioolconcert duidelijk terug. Direct al aan het begin creëert de componist een wolk aan klanken waar de viool doorheen breekt, aanvankelijk vooral begeleid door de harp en de klarinet. Het is een impressionistische, dromerige sfeer die Szymanowski hier neerzet, geïnspireerd door de verhalen van ‘Sheherazade en het gedicht ‘Meinacht’ van Tadeusz Micinski. Tegelijkertijd kenmerkt dit concert zich door grote dramatische contrasten waarin de virtuositeit van de solist duidelijk op de proef wordt gesteld. Baeva geeft met veel gevoel en souplesse vorm aan deze ontegenzeggelijk lastige partituur en Liss stuwt het orkest tot grote hoogte in deze virtuoze sfeertekening.



Dmitri Sjostakovitsj’ carrière is getekend door de dictatuur die tijdens zijn leven heerste in de Sovjet Unie. Vooral van Stalin had hij veel te duchten en menigmaal was hij zijn leven allerminst zeker. Toen Stalin in 1953 stierf hoopte Sjostakovitsj dan ook op verlichting. De tiende symfonie staat in het teken van deze verandering. Hij schreef hem na de zomer van 1953 en in dit stuk horen we de angst nog duidelijk terug ook al is op dat moment de wurggreep van het regime wat versoepelt. Maar we horen ook de hoop en het vertrouwen in een nieuwe toekomst. Die twee emoties houden elkaar in een precaire balans. Het lijkt erop dat de componist wil hopen maar dat tegelijkertijd nog niet echt durft. Is het wel echt voorbij? Komt het niet weer terug? We kunnen het ons, zeker met de wijsheid van nu, allemaal goed voorstellen.



Die symfonie begint dan ook duister, met een grote rol voor de cello’s en de contrabassen. De (alt)violen komen ook aan bod, maar minder sterk. Dan breekt de klarinet erdoorheen, een eerste teken van hoop. Gaandeweg zwelt de muziek aan, de blazers en het slagwerk komen erbij maar de teneur blijft hetzelfde, de pijn en de vertwijfeling blijven voelbaar. En iedere keer is daar weer die klarinet, als een rode draad door het stuk. Maar ondanks de hoop straalt dit ‘Moderato’ toch vooral pijn en verdriet uit en vooral het einde snijdt door de ziel. Dat is nog sterker het geval in het geselende ‘Allegro’. Razende, opzwepende klanken horen we hier als in een Russische volksdans. In het ‘Allegretto – Largo – Piú mosso’ klinkt voorzichtig de hoop in een ietwat weemoedig melodisch patroon dat door verschillende combinaties van instrumenten wordt gespeeld. Prachtig is de uitvoering door de fagot, mede door de klank van dit instrument dat zo goed past bij deze tegenstrijdige gevoelens. Het slot, ‘Piú mosso’, dat zoveel betekent als ‘sneller dan het voorgaande’ voert Sjostakovitsj het tempo weer op, krachtig en meeslepend klinkt het orkest hier. In het ‘Andate – Allegro – L’istesso tempo’ is een hoofdrol weggelegd voor een aantal solo’s. Eerst horen we de hobo, dan de dwarsfluit, beide te midden van duister klinkende cello’s en contrabassen en dan een intens klinkende fagot. Het einde is te lezen als een overwinning. Middels golvende klanken stuurt de componist aan op een daverende climax.




De uitvoering van deze meesterlijke symfonie is bij de Philharmonie Zuidnederland in uitstekende handen. Liss heeft duidelijk affiniteit met dit stuk, dat natuurlijk een deel van zijn eigen geschiedenis, hij is van 1960, onder de Sovjet dictatuur verklankt en weet dat uitstekend over te brengen aan het orkest. Dat hij sinds 2016 als chef-dirigent aan het orkest verbonden is, betaalt zich vanavond uit. Ze zijn duidelijk bekend met elkaar en durven samen de strijd aan te gaan.

Deze blog van Ben Taffijn is ook terug te lezen op zijn eigen website

De foto's zijn van Focuss22 (Jean-Pierre Geusens) 

Majeure klantenbinding met Prometheus van Skrjabin

Door Eric Kolen
Je verwachtte een oorverdovend applaus na dat door Dmitri Liss indrukwekkend ingezette en met een machtig armgebaar afgesloten fis-dur slotakkoord van Skrjabins’ Prometheus. Niets was echter minder waar! Natuurlijk, er klonk applaus, maar van een soort, die het best te omschrijven valt als ingetogen, ietwat bedremmeld door de overrompelende crossover-achtige beeld- en geluidservaringen van zojuist. Alsof de toehoorder een en ander nog moesten laten bezinken. Nadien volgde vooral een langdurige dankbetuiging door de aanwezigen in de nagenoeg geheel bezette grote zaal van het Frits Philips Muziekgebouw in Eindhoven. Met andermaal opvallend veel jong volk. Geen wonder, want een dergelijk concert is een open sollicitatie van de philharmonie zuidnederland om mensen in alle levensfasen te verleiden!

Sensuele kleuren
Dit helaas slechts twee keer gepresenteerde concert begon met een wereldpremière. Van de Chinese componist Qigang Chen(1951). Met die mooie Franse titel ‘Itinéraire d’une illusion’. Dat werd het, een reisbeschrijving van een illusie. Typische klanken geproduceerd door harpen, die watervallen suggereerden, prachtige wisselingen tussen tutti’s en solisten binnen de diverse orkestgroepen. Elkaar opstuwend richting klankerupties van ongekend niveau waarna de stilte het weer over leek te nemen. Auteur Maarten Kroese van de steeds lezenswaardige programmatoelichting schrijft dat Chen één van de laatste leerlingen was van Olivier Messiaen. Dat was dan ook te horen. The Daily Telegraph beschrijft een compositie van Chen als volgt: ‘Chen is een meester in orkestratie en creëert texturen van gepaste sensuele allure en delicate, gespikkelde kleuren’. Toe maar, wie kan het schoner beschrijven?



Een kolfje
Het verhaal is bekend. Ook de toen al bekende Oostenrijkse pianist Paul Wittgenstein verloor tijdens gevechten in de Eerste Wereldoorlog zijn rechterarm. Dat verschrikkelijke gegeven verhinderde echter niet dat hij verder ging als pianist. Daarom vroeg hij zijn Franse(..) vriend Maurice Ravel een pianoconcert voor zijn linkerhand te schrijven. Je moet maar durven. Ravel toog aan het werk en het resultaat was, of is nog steeds verbluffend. Als je je ogen sluit, lijkt het soms wel of er twee pianisten aan het werk zijn. Zó virtuoos, zó indringend. Ongelooflijk! Een kolfje naar de Franse linkerhand van klavierleeuw Jean-Efflam Bavouzet. Hij kon zich volledig uitleven ook al omdat de philharmonie hem daartoe werkelijk alle ruimte bood. Dat de hand hierin van Dmitri Liss merkbaar aanwezig was, moge duidelijk zijn en bleek een herhaling van eerdere waarnemingen. Liss dient de muze als geen ander!



Nagenieten van een deel van dit concert door Paul Wittgenstein zélf met een opname uit 1937 vanuit het Concertgebouw kan via https://www.youtube.com/watch?v=tSxcXdXqLvA. Een volledige uitvoering van het concert met de philharmonie-huispianist Berezovsky kan ook al via you tube: https://www.youtube.com/watch?v=GpM4aiRm7jY Wat een prachtige uitvinding toch, you tube!!

Zuiverheid
Het verrassende programma na de pauze werd vervolgd met enkele liederen uit de Vespers, opus 37 uit 1916. Van alweer een Russisch componist, Serge Rachmaninov. Op de balkonafdeling van het muziekgebouw stond in witte kledij het Brabant Koor opgesteld. Om en nabij de zeventig mannen en vrouwen Mooi gezicht trouwens! Dirigent Louis Buskes zelf dirigeerde zijn koor. Wat een heerlijk melodieuze zangmuziek! Wat een ten gehore gebrachte zuiverheid-in-zingen. Wat een koor om trots op te zijn in het Brabantse! We zouden het koor even later nóg eens horen…


Met chef Dmitri Liss heeft de philharmonie zuidnederland een dirigent in residentie, die we met hart en ziel moeten koesteren! Hij zorgt voor klankverfijning, tomeloze inzet van zijn collega’s in het orkest, maar bovenal merk- en zichtbaar speelplezier tevoorschijn toverend!

Esoterend
En toen gebeurde het. De laatste episode van dit gedenkwaardige concert. Een dialoog tussen godenzoon Prometheus en componist Skrjabin. Enigszins verwarrend in het begin, maar allengs werd meer en meer duidelijk dat beiden elkaar het nodige te zeggen hadden. De dialoog op teksten van Jibbe Willems werd professioneel uitgevoerd door René van Zinnincq Bergmann en Sanne-Samina Hanssen en bracht de toehoorders in stemming voor wat hierna volgde! Een lichtshow door de kunstenaars van het Blauwe Uur, pianosolist Bavouzet, nu met twee handen, het voltallige Brabant Koor én de philharmonie zuidnederland. De tekst in het concertprogramma van contrabassist Maarten Kroese is dermate interessant, leesbaar én verduidelijkend, dat ik die je niet wil onthouden.



“..Na de pauze is Bavouzet tweehandig pianosolist in Prometheus. Skrjabins imposante
symfonische werk is gebaseerd op zijn filosofische interpretatie van de bekende Griekse
mythe. Prometheus wordt wreed gestraft door de goden omdat hij het heeft gewaagd de mens het vuur te brengen. Skrjabin bewondert zijn rebellie en ziet hem als de verpersoonlijking van Lucifer, de brenger van het licht.


Prometheus’ ondertitel is derhalve Poème du feu. Om zijn verhaal te vertellen gebruikt
Skrjabin een immens groot orkest. Zestien houtblazers, acht hoorns, vijf trompetten, drie trombones en een tuba. Een batterij slagwerk, harpen, celesta, orgel, solo piano, een 65-
koppig strijkorkest en een gemengd koor dat zingt met gesloten lippen. Het beroemde lichtorgel staat bovenaan in de partituur genoteerd. De lichtkunstenaars van Blauwe Uur geven hun eigen interpretatie aan deze partij.


De muzikale taal van Prometheus is gebaseerd op Skrjabins geloof in de theosofie. De weerslag daarvan vinden we in zijn mystieke pleroma-akkoord, een dissonante toonstapeling van C, Fis, Bes, E, A en D. Deze keert steeds terug in het stuk. Aan het slot klinkt een tonaal Fis-groot akkoord. Skrjabin associeerde dit met de kleur rood, verbonden met het thema Lucifer/vuur.

In Prometheus komen vrijwel alle belangrijke menselijke emoties langs, zoals chaos, vreugde, extase, erotiek, pijn, verlangen en verdriet. Illustrerend voor de esoterische sfeer is een van Skrjabins theosofische uitspraken: ‘Ik ben een moment verlichte eeuwigheid... Ik ben een bevestiging... Ik ben extase….”(einde citaat)



Met name die laatste alinea geeft perfect aan waar het in dit ruim honderd jaar oude opus om gaat. En wat mij betreft mogen begrippen als schokkend en verbijsterend aan worden toegevoegd. Maar wel stuk voor stuk de muziek dienend. Het Brabant Koor zong de soms helshoge partijen alsof ze niets anders doen! Knap! De toevoeging van de voortdurend de zaal in dwarrelende lichtbeelden vulde het geheel aan, zodanig zelfs dat je af en toe het idee kreeg ondergedompeld te worden in een bad van soms koele, soms esoterische sferen. Al bij al geen wonder dat menigeen direct ná afloop van dit werk zich niet volop kon uitleven in uitbundig applaus. Het moest even bezinken. Echter, ik blijf het toch schrijven hoor! Met chef Dmitri Liss heeft de philharmonie zuidnederland een dirigent in residentie, die we met hart en ziel moeten koesteren! Hij zorgt voor klankverfijning, tomeloze inzet van zijn collega’s in het orkest, maar bovenal merk- en zichtbaar speelplezier tevoorschijn toverend!

Wilt u reageren op deze op persoonlijke titel geschreven blog, mail dan uw reactie naar eric.kolen@bureauerasmus.nl

fotocredits: Jean-Pierre Geusens (Focuss22)

 

Stande pede verovert Dmitri Liss de harten van zijn schare toehoorders!

Door Eric Kolen
Ik heb ze geteld. Echt waar! 75 musici op het podium. Niet alleen zij genoten, ook de bomvolle zaal vertaalde intens genieten in een even gul als terecht applaus. En dat vanwege een heerlijk, bijna ouderwets romantisch programma. Van Liszt via Beethoven naar Tsjaikovski. Het kan niet mooier. Voeg daarbij dat wonderbaarlijke matineegevoel en het mag duidelijk zijn dat deze formule wérkt. Zowel inhoudelijk qua muzikale programmering alsook qua signaal naar het publiek. Met en dat mag, wat zeg ik, móet gezegd: een toenemend aantal jonge(re) luisteraars. Expats? Dat het goede en mooie zich mag repeteren in dit zojuist begonnen concertseizoen! Met maestro Liss als de gids, die zijn toehoorders op een grandioze manier weet mee te nemen in de geheimen van die wereld van klassieke muziek. Chapeau!

Wagnerinspiratie
En dan de muziek waar het tenslotte allemaal om draait! De ouverture was een regelrechte vondst. Niet zoals dikwijls een Rossini-ouverture (overigens helemaal niks op tegen!), maar programmeur Jos Roeden koos voor één van de Preludes van Frans Liszt. Heerlijke speelmuziek met dat bekende thema, dat het waard is om ervan na te genieten. Kijk en luister maar naar de Wieners met mastodont Gergiev in een buitengaatse uitvoering in 2011. Wat een muziek! In Eindhoven hoorden we overigens op zondag 23 september klankvooruitzichten naar het oeuvre van zijn schoonzoon Richard Wagner. Zou dochter Cosima hem geïnspireerd hebben?

Innemende uitvoering
En dan hét ‘piéce de résistance’ van dit concert. Beethovens Vijfde Pianoconcert, ook wel bekend als het ‘Keizersconcert’. Gelukkig maakt auteur Clemens Romijn in de steeds welkome concerttoelichting - die elke keer weer met zichtbaar enthousiasme uitgedeeld wordt door de vrienden van het orkest! - in duidelijke bewoordingen een einde aan die mythe. Niks geen verondersteld eerbetoon aan ene keizer. Napoleon? Niks daarvan. Solist François-Frédéric Guy wist wel raad met dit opus. Van hem wordt gezegd dat hij een speciale relatie heeft met de bijkans doofstomme componist/pianist. Wat een wonder trouwens! Een dergelijk concert (kunnen) schrijven, maar het niet meer zelf uit kunnen voeren. Leerling Carl Czerny verzorgde daarom de première op 15 februari 1812. Guys interpretatie was robuust, uiterst virtuoos en ruimschoots voorzien van pedaalgebruik wat in het langzame deel her en der wat als ‘te’ overkwam. Zijn cadensen daarentegen toonde die veronderstelde relatie met Beethoven wel degelijk aan. Wat een innemende uitvoering. Dat laatste komt absoluut ook op het conto van Liss en zijn orkest; echter zonder daarmee het totaaloverzicht uit oog en oor te verliezen! We schreven het al eerder: als begeleidend dirigent geeft hij solisten steeds alle kans te vlammen. Het applaus was dan ook uitgebreid en leidde tot een toegift waarvan menig beginnend pianist droomt: ‘Für Elise’ van dezelfde componist.



‘Als begeleidend dirigent geeft hij solisten steeds alle kans te vlammen.’


Wegzwijmelen
Dat gevoel overkwam menig luisteraar. Tsjaikovski op zijn best zoals we dat van hem gewend zijn. Een kolfje ook naar de hand van Dmitri Liss. Werkelijk élk detail uit deze Derde Suite uit 1844 geeft Liss een plek, daarmee zijn orkestleden in staat stellend te glanzen, te soleren én zichtbaar speelplezier tentoon te spreiden… Stijlvolle melodieën, balleteske fragmenten, de drie grote symfonieën van Tsjaikovski inleidend, een lichtvoetige herinnering aan het aloude ‘Dies Irae’, een virtuoze vioolsolo en een finale zoals alleen Russen die kunnen produceren. Wat een orkest in optima forma, wat een dirigent, die werkelijk alles uit zijn mensen haalt. Dat belooft veel, erg veel goeds de komende periode. Ben erbij en kijk minimaal regelmatig op de site van het orkest!

Dmitri weet ook Beethoven onwaarschijnlijk energiek te dienen!

Door Eric Kolen

Hetgeen ik al eerder schreef over de klik tussen Liss en zijn collega´s werd in extremis bevestigd na afloop van het concert met Beethoven als inspirator… We spraken een viertal musici en we konden het niet laten om ze uitbundig te complimenteren. Over het concert van zojuist en met name de rol daarin van de dirigent. De reactie van een violiste sprak boekdelen: ”Dank u, maar wat denkt u? Ook wij genieten enorm en we hopen nog lang met deze dirigent door te kunnen gaan!” Drie anderen knikten instemmend. Even tevoren bleek namelijk dat Dmitri Liss bepaald geen nichedirigent is met slechts Russisch, romantisch repertoire, zoals twee jaar geleden bij zijn aantreden als vaste dirigent verondersteld en geschreven werd. Liss en Beethoven, een prachtig koppel. Laat ze maar komen, alle symfonieën, alle concerten, alle ouvertures en contradansen…

Dienen en nog eens dienen
Het concert kreeg de opening ´comme il faut´. Een ouverture met de prikkelende titel ‘Die Geschöpfe des Prometheus’, een relatief jong werk van Beethoven. Uit 1801. In het orkestblad deKlank van dit voorjaar beschrijft musicoloog en cultuurfilosofisch criticus Henk Smeijsters op pagina 67 een boeiend achtergrondartikel. Over Beethoven en in het bijzonder over de vraag of zijn bijnaam ‘Der Titan’ wel terecht is. (Een aanrader trouwens dit orkestmagazine, dat je gratis wordt toegezonden als je ‘Vriend’ van het orkest wordt. Doen, zou ik zo zeggen!) Heerlijke speelmuziek overigens én typisch Beethoven, omdat je her en der de eerste signalen hoort van zijn latere werken. De dame naast me zei het treffend: “Nu is het orkest ingespeeld, het echte werk kan beginnen!” Dat werd het alom bekende Vioolconcert waarvan eerdergenoemde Smeijsters vindt dat het ‘herkenbaar is als een dialectische (...) Beethoven, omdat het met name in het ‘largo’ zoiets als vrede uitstraalt en zelfs een transcendente ervaring oproept!’ Waar of niet waar, de rankjonge Japanse violiste Sayaka Shoji speelde het concert technisch buitengewoon virtuoos. Alhoewel de dame naast me na afloop toevertrouwde dat zij zoiets als intense beleving miste in haar spel. Dat laatste zal zeker niet gelegen hebben aan de manier waarop Liss en het orkest haar volgden. Ook hier blijkt dan weer dat Liss weet waarvoor hij staat. Dienen, dienen en nog eens dienen. Geen incidentele partituur-onderdelen zich toe-eigenend, neen, orkest en maestro doorgrondden de letterlijke betekenis van het woord ‘concertare’ perfect: op een mooie manier wedijveren met elkaar en de soliste tijd en ruimte geven te schitteren. Het slotapplaus was dan ook navenant!




‘Ook hier blijkt dan weer dat Liss weet waarvoor hij staat. Dienen, dienen en nog eens dienen…’


Energieke lichaamstaal
Over het werk na de pauze is reeds ongelooflijk veel geschreven. En terecht, want de Zevende Symfonie is er één die energie pur sang uitstraalt. Dat geldt in wezen voor alle vier de onderdelen. Met het laatste deel – ‘Allegro con brio’ - als hoogtepunt. Niet voor niets door niemand minder dan Richard Wagner omschreven als ‘de apotheose van de dans’. En, detail: ik bezit een opname ervan met het KCO én met de door zijn collega’s in 2011 als dé meest inspirerende dirigent-aller-tijden verkozen Carlos Kleiber; vóór collega’s als Abbado en Bernstein en zelfs Von Karajan! Zin in mateloos genieten? Kijk hier en je staat versteld! Echter, met die informatie in het achterhoofd en speciaal lettend op de soms eigenzinnige, want wel érg snelle tempi, overkwam me meer en meer die vergelijking met Dmitri Liss. Alles wat hierna gezegd en beschreven wordt, kent slechts één ondertoonwoord: energie(k)! Met uiterst expressieve lichaamstaal zweepte Liss zijn collega’s (...) op, liet ze her en der fluisterzacht spelen, maar zocht vooral de dynamiek van deze symfonie op. ‘Ik blijf het toch zeggen hoor’, want het zou toch machtig mooi zijn als er ooit dvd-opnames aangeboden worden van de concerten van ‘ons aller’ philharmonie zuidnederland? Waarom? Om ondermeer vast te leggen hetgeen Liss doet met dit orkest. Om tot slot de woorden van de violiste te herhalen uit het begin van deze blog: ”Dank u, maar wat denkt u? Ook wij genieten enorm en we hopen nog lang met deze dirigent door te kunnen gaan!” Het zij gezegd…en…zeg’t voort…



‘Met uiterst expressieve lichaamstaal zweepte Liss zijn collega’s(..) op om vooral de dynamiek van deze machtig mooie symfonie ten gehore te brengen…’


Wilt u reageren op deze op persoonlijke titel geschreven blog, mail dan uw reactie naar eric.kolen@bureauerasmus.nl

Twintigste eeuwse muziek tijdens heerlijke matinee

Door Eric Kolen

Wat een heerlijk concert op die zondagmiddag 11 maart in het Eindhovense Muziekgebouw. Het concertprogramma lonkte de aanwezigen naar niets minder dan Hollywood. Met diva Simone Lamsma als star. En, het kan niet genoeg gezegd en geschreven, Dmitri Liss als kapitein op het schip met die gedenkwaardige naam philharmonie zuidnederland. Daarbij op het menu maar liefst muziek van vier componisten, die allen in de vorige eeuw nog uiterst actief waren. Deze positieve opsomming is nochtans niet volledig! Toegevoegd móet nog worden dat fenomeen matinee. Een paar korte vraaggesprekjes onderstrepen het wenselijke ervan. Met name senioren zijn er unaniem positief over!

Van somber tot uitbundig
Zoltan Kodály. Hongaar van geboorte, componeerde in 1939 dit eerste muziekstuk van het concert. Het luistert naar de naam ‘Vlieg, pauw!’ en gaat over die trotse vogel die gevangenen stimuleert te dromen over hun aanstaande vrijheid. Dat is kort gezegd de portee van dit op Hongaarse volksliedjes gebaseerde muziekwerk. Volksmuziek en klassieke muziek. Een wonderlijke combinatie en aanleiding tot onwaarschijnlijk mooie muziek. Van Mozart tot Mahler. Jammer alleen dat Kodály moest meemaken dat het communistische regime van zijn land in 1940 verbood het werk nog uit te voeren. Het is een werk dat allerlei schakeringen liet horen. Van somber tot uitbundig en een kolfje naar de hand van Liss. Zoals te doen gebruikelijk zeer aanwezig met duidelijke aanwijzingen waarop de musici gretig ingingen. Een wat oudere dame naast me reageerde tijdens het applaus desgevraagd enthousiast op mijn vraag hoe ze het fenomeen matinee ervoer. “Het is geweldig. Wij zijn beiden al een heel stuk in de tachtig. Mijn man durft niet meer auto te rijden. Daarom zijn we vanmiddag vanuit Valkenswaard met de bus naar Eindhoven gekomen. Lekker op ons dooie gemak. En straks gaan we nog even het centrum in, drinken we een glas wijn en gaan we weer terug met de bus. Dat zou ons ’s avonds niet lukken! Wat ons betreft mogen er meer matinees georganiseerd worden. Heerlijk!” Haar man knikt instemmend. Ik zie de affiches al voor me! “philharmonie zuidnederland nodigt alle Zuid-Nederlandse 80-plussers uit voor een weldadig mooie matinee! En breng gerust uw kleinkinderen mee!” Met een inleiding vooraf door één van de orkestleden compleet met een ‘nazit-plus’ met een Brabants worstenbroodje/ Limburgse vlaai én limonade! Mooi experiment om uit te proberen, zou’k zo zeggen…

“Wat ons betreft mogen er meer matinees georganiseerd worden. Heerlijk!”

Trouvaille van het mooiste soort
Iets verder in het Oost-Europese was de Roemeen George Enescu actief. Wonderkind, vioolvirtuoos én -leraar. Leerling Yehudi Menuhin wist er alles van en kwam woorden te kort om zijn bewondering voor Enescu veelvuldig te uiten. Een componist ook met diepe eerbied voor de volksmuziek van zijn vaderland. Dat tekende hij op in dat prachtige werk ‘De Roemeense Rhapsody nr. 1’. Eerste klarinettist Arno van Houtert mag Enescu dankbaar zijn, want het begin van dit werk geeft dit instrument alle kans te schitteren. Hetgeen de soloklarinettist dan ook professioneel en met zichtbaar plezier deed. Wat een heerlijke speelmuziek! Perfect opgepakt door het voltallige orkest met ook hier weer een zo goed als onzichtbare rol van Liss. Onzichtbaar omdat hij volledig in dienst van de muziek acteert, de essentie ervan feilloos aanvoelt, maar vooral zijn collega’s –ik blijf het een trouvaille van het mooiste soort vinden, die term naar de orkestleden toe- van het orkest alle gelegenheid geeft het beste uit hun talent te halen. Na een verdiend langdurig applaus van de volle zaal breekt de pauze aan in een heerlijke ambiance. Met concertbezoekers die plaatsnemen in de foyer. Uiteindelijk vinden we een tafel waaraan zes mensen een plek vinden. Ze kennen elkaar niet, maar in no time worden meningen uitgewisseld over het concert. Het biedt me tevens gelegenheid mijn nano-onderzoek naar dat matineefenomeen voort te zetten. Een jong stel, zoals later blijkt, beiden expats, zijn ronduit duidelijk. ‘Morgenvroeg,’ zegt zij, aan haar accent te horen een Française, ‘moet ik extreem vroeg op om naar een congres te gaan in Sacramento. Ik had er niet aan gedacht om naar dit concert te gaan als het vanavond was. Daarom mogen wat mij betreft matinees meer en meer geprogrammeerd worden!’ De twee andere buren knikken instemmend en kijken met voldoening terug op de uitgebreide lunch die aan deze matinee voorafging.

“Wat een heerlijke speelmuziek! Perfect opgepakt door het voltallige orkest”



‘Ik wou dat ik van was was….’
Als je googelt op Korngold overkomt je een vloedgolf aan items. Over zijn leven alsook over zijn diverse oeuvre. Met als leidmotief ‘film’. Talloze films werden voorzien van of, misschien wel een nog betere omschrijving, gecomplementeerd door zijn muzikale vondsten. Auteur Machiel Swillens van de programmatoelichting noemt als concreet voorbeeld de film Another Dawn, een typisch Hollywoodproduct uit 1937 met Errol Flynn in de hoofdrol. Dat cinemagrafische product begint met het beginfragment van zijn vioolconcert uit 1945. Het werd uitgevoerd door Simone Lamsma, die ondermeer studeerde aan de door Menuhin opgerichte vioolschool in Londen. Met haar ‘Mlynarski’-Stradivarius uit 1718 haalde deze ranke violiste werkelijks alles uit dit soms verstilde alsook hyperdynamische concert. Ofschoon het niet mijn favoriete muziek is - het concert mist iets; de bezonkenheid van dat van Bruch, de functionele virtuositeit van dat van Tsjaikovsky, het hartverwarmende van dat van Brahms, het is inderdaad wat mij betreft té filmisch en daardoor soms ook te leeg van inhoud, want te veel typisch Amerikaans effectbejag! - wist Lamsma met een overweldigende inzet deze muziek over het voetlicht te brengen. Wat dat betreft was het applaus dan ook terecht net zoals het meerdere keren ‘terugkomen’. Over trouvailles gesproken. Lamsma ontkwam er niet aan ‘iets’ te doen als toegift. En dat werd dus dit keer geen Bach-Partita nummer zoveel, of een Sarasate-capriccio. Neen, een werkelijk virtuoos uitgevoerde versie à la Paganini van het volksliedje(..) ‘Ik wou dat ik van was was en jij van perpetijn’. Mooi, aandoenlijk bijna blijkens de reacties van het –toegegeven- grijsharige gedeelte van het publiek.

“Met haar ‘Mlynarski’-Stradivarius uit 1718 haalde de ranke violiste Lamsma werkelijks alles uit dit soms verstilde alsook hyperdynamische vioolconcert”

Lenny doet de philharmonie swingen als ware het een bigband
Bernstein. Telg van een Joodse familie. In 1908 vluchtten zijn ouders vanuit Rusland naar, inderdaad, Amerika. Hij werd bijna de verpersoonlijking van de ‘American Dream’. Machiel Swillens beschrijft het kort en bondig in de programmatoelichting: ‘Geniaal componist (West Side Story…), briljant verteller (Denk aan zijn door honderden door kinderen bezochte muziekuitvoeringen in New York met het gelijknamige orkest), flamboyante persoonlijkheid (geen commentaar…) en een van de eersten die de sterrenstatus bereikte als dirigent (Von Karajan haalde hetzelfde huzarenstuk uit, maar op een geheel andere manier dan Bernstein).
Het uitgevoerde werk, de balletsuite ‘Fancy free’ uit 1944 is te omschrijven als typisch ‘Bernstein’. Heftig, exotisch, meer dan dynamisch én super swingend. Wauw, wat een heerlijke muziek. Mijn buurvrouw omschreef het ‘Hoe is het toch mogelijk dat een klassiek symfonieorkest kan klinken als een swingende bigband, fantastisch!’. Daarmee is geen woord te veel gezegd. Dat Dmitri Liss tevens beschikt over acteertalent bleek uit de opkomst bij deze suite. Als ware hij beschonken, net zoals overigens de ritmesectie van het orkest(..), dat zich maar al te graag de whiskyglazen liet vollopen, ondernam hij met enige omzichtige omwegen de bok. Prachtig!

’“Heftig, exotisch, meer dan dynamisch én super swingend. Wat een heerlijke muziek’”

Het voordeel van een matinee
De nazit. Met enige alsook terechte trots aangekondigd door de philharmonie zuidnederland. Een gelegenheid tevens om ook de leden van het orkest te ontmoeten en met hen teen en tander te bespreken. Van harte hoop – én zou ik zelfs wensen- dat deze formule meermaals wordt uitgevoerd. In ieder geval tijdens een matinee. Dezelfde mevrouw, met wie ik sprak tijdens de pauze, had, zei ze, nagedacht over dat fenomeen ‘matinee’. ‘Het geeft ons, mijn man en mij, een soort van zondaggevoel van destijds. In het toentertijd door en door katholieke Brabant was er die bijna natuurlijke agenda: de hoogmis, met prachtige koorzang, het wat extra uitgevoerde zondagdiner met het operaprogramma ‘Opera en belcanto’ van de Belgische BRT met Etienne van Nesten als presentator op de achtergrond. En nadien iets anders. Zoals familiebezoek. Leuk hè?’ Manlief, met een ietwat schalkse blik in zijn ogen reageert quasi ondeugend met de opmerking ‘Je gaat toch geen details vertellen over dat iets anders…?’ Een lachsalvo maakt een einde aan deze –in elk opzicht- gedenkwaardige matinee…Met dank aan de philharmonie zuidnederland én chef-dirigent Dmitri Liss! Waarvan acte!!

“Het geeft ons, mijn man en mij, een soort van zondaggevoel van destijds, deze matinee…heerlijk”

Wilt u reageren op deze op persoonlijke titel geschreven blog, mail dan uw reactie naar eric.kolen@bureauerasmus.nl
 

Liss bezorgt Zuid-Nederland een zalig, muzikaal kerstfeest

Door Eric Kolen

Met een gerust hart durf ik te stellen dat de verhouding, de artistieke chemie tussen Dmitri Liss en ‘zijn’ philharmonie zuidnederland optimaal is, een uiterst positieve ontwikkeling kent en wat mij betreft hopelijk tot in lengte van jaren wordt voortgezet! Voilà! De afgelopen kerstconcerten vormen andermaal het bewijs voor deze uitspraak. Wat een mateloos genieten weer. Alleen al dat moment ná de uitvoering van dat meesterlijke, avontuurlijke concert voor twee piano’s van Philip Glass(Baltimore, 1937) door Arthur en Lucas Jussen. Niet voor de eerste keer applaudisseerden verschillende leden van het orkest na hun eigen optreden. Voor Liss? Voor de broers? Voor zichzelf? Wie zal het zeggen? Maar enkel en alleen al dát dit gebeurt, spreekt boekdelen en geeft aan dat er een regelrechte klik is tussen dirigent en orkest!

(Trouwens, Glass, officieel minimal music-componist was al eens in Eindhoven met een alleszins opmerkelijk optreden. Een impressie hiervan kun je nabekijken op you tube(1)! Een uitvoering van dit concert voor twee piano’s is eveneens terug te zien en te beluisteren in een uitvoering van de Franse zussen Labecque(2).

De samenwerking is een uiterst positieve ontwikkeling en mag wat mij betreft tot in lengte van jaren worden voortgezet!

De vijfde
De Jussen-brothers ontroerden overigens iedere aanwezige met hun toegift. Na het soms oorverdovende geluid van Glass’ concert daalden zij af tot in de diepste spelonken van even sober als indrukwekkend musiceren. Geen poespaspianospel, nee, complete overgave aan de muze! Uiterst geconcurreerd speelden zij een bewerking van György Kurtág van Bachs’ opus 106 ‘Gottes Zeit ist die allerbeste Zeit’. Laat je geen kans ontnemen om hiervan ná te genieten van diverse interpretaties op you tube(3)!



Andermaal weer datzelfde tafereel van eensgezind applaudisseren van de musici na afloop van Tsjaikovski’s vierde symfonie, die heerlijke zo typisch Russische symfonie. De eerste in dat beroemde rijtje van zijn drie laatste symfonieën. Wat een musiceervreugde van de muzikanten! Wat een inzet, wat een concentratie, wat een aanstekelijke manier van vooral willen samenwerken van orkest en dirigent. Van fluisterende passages tot en met klankerupties van jewelste, het kwam allemaal langs. Chapeau! Wanneer wordt de vijfde van Tsjaikovski uitgevoerd en komt er een dubbel-DVD van dit trio grootse symfonieën op de markt? Dat het winkelwagentje maar gevuld moge worden met dit soort prachtige producten!

Wat een inzet, wat een concentratie, wat een aanstekelijke manier van vooral willen samenwerken van orkest en dirigent. Chapeau!

Verrassend
Eén week later andermaal die geste van een aantal elkaar schouderkloppende musici na de uitvoering van het vioolconcert van de bebaarde, Russische componist en een regelrechte uitdaging voor elke violist. Gezegd mag worden dat concertmeester Lei Wang werkelijk alles wat ze in huis heeft aan dienende virtuositeit én muzikaliteit in de strijd gooide. Wat een violiste! Wat een spel! Wat een door en door heerlijke muziek! Zou wat mij betreft best wel meer mogen gebeuren! Soloconcerten met eigen musici! Why not? Staat zoiets op stapel?



Een ander aspect mag evenmin onvermeld blijven. Het eerste van de twee concerten begon dit keer met een trouvaille. Niet één van de orkestleden verzorgde de inmiddels korte toelichting vooraf op het concert, neen, intendant Stefan Rosu betrad het podium. Zou hij, zo vroeg ik me gespannen af, goed nieuws hebben vanuit het provinciehuis?

Zou wat mij betreft best wel meer mogen gebeuren! Soloconcerten met eigen musici! Why not?

Op een houtje tikken
Helaas, het mocht (nog) niet zo zijn! Rosu kondigde nochtans een extra muziekstuk aan. Een kort, maar desalniettemin verrassend ritmisch opus van de ook al Amerikaanse minimal music componist Steve Reich(New York, 1936). En wel zijn ultrakorte, maar zeker niet minder interessante werk ‘Music for Pieces of Wood’. Een prachtig gezicht, vijf in een negentiende eeuws rokkostuum gehulde musici die op een stuk hout staan te tikken. Och, muziek overstijgt alles! Niet dan?

Het enige minpuntachtige opmerking kwam van een dame naast me, die beide concerten bezocht en zich afvroeg waarom de vierde van Tsjaikovski twee weken achter elkaar geprogrammeerd werd. “Dat had’, zo vroeg ze zich af, ‘toch ook de Pathétique geweest kunnen zijn!? Daarvan genoot ik zo verschrikkelijk ergens in het voorjaar!’’ Echter, samenvattend, wat een genieten was het van deze twee zalige kerstconcerten. Over chemie gesproken. Met dank aan Dmitri Liss én zijn philharmonie zuidnederland. Ad multos annos!

Een prachtig gezicht, vijf in een negentiende eeuws rokkostuum gehulde musici die op een stuk hout staan te tikken…

(1)Glass in Eindhoven/2010 – EDtv.nl

https://www.youtube.com/watch?v=VzbOLO-wpuQ

(2)Uitvoering zussen Labecque olv van Van Zweden

https://www.medici.tv/en/concerts/marielle-katia-labeque-orchestre-de-paris-jaap-van-zweden-glass-shostakovich-philharmonie-de-paris/

(3)Gottes Zeit ist die allerbeste Zeit van Bach in een bewerking van György Kurtág 

https://www.youtube.com/watch?v=0wOlGJFkqic

Wilt u reageren op deze op persoonlijke titel geschreven blog, mail dan uw reactie naar eric.kolen@bureauerasmus.nl

Inauguratie van Het philharmonie zuidnederland Fonds

Door Roos Naves

Champagnebubbels en brede glimlachen – kenmerkend voor een feestelijk event met de blik op de toekomst. Op 1 december 2017 werd Het philharmonie zuidnederland Fonds geïnaugureerd. Voorafgaand aan het concert werden de genodigden in de bovenzaal van Theater aan het Vrijthof uitgenodigd. Buiten stond de kerstmarkt al, draaide de kerstmuziek en schitterden vele lichtjes. Deze lichtjes waren terug te zien in de ogen van intendant Stefan Rosu en de bestuurder van het Elisabeth Strouven Fonds Dik Mol na de ondertekening van het contract. Ook in de ogen van de bezoekers kon de voorpret gelezen worden – ze verheugden zich op een avond met de “grote” Hannes Minnaar.



Een “hele grote Minnaar” werd gezegd – al leek hij vanuit de zaal toch behoorlijk normaal qua proporties. Zijn spel daarentegen was inderdaad zeer groots. Dit lag niet alleen aan zijn fabuleuze toets, maar ook aan de gloednieuwe Steinway & Sons concertvleugel waarop Minnaar het 22e pianoconcert van Mozart speelde. Voorafgaand aan zijn pianoconcert klonk de Nederlandse première van Abrahamsens “Stratifications”. Moderne muziek vraagt om een scherp en aandachtig oor. Ik merk dat door meerdere keren van onderdompeling in moderne muziek de verschillende lagen in een modern stuk steeds beter naar voren komen. Steeds duidelijker worden dan de verschillende klankkleuren.



De hele avond had een feestelijk karakter. Niet alleen vanwege de gloednieuwe vleugel en het spel van Hannes Minnaar met de philharmonie zuidnederland, maar ook omdat Het philharmonie zuidnederland Fonds een toekomst biedt voor dit prachtige orkest. De wethouder van de gemeente Maastricht Mieke Damsma schonk het fonds namens de gemeente Maastricht 15.000 euro. Tevens deed het Elisabeth Strouven Fonds een eerste gulle bijdrage. Spontaan applaus klonk in de zaal bij de warme woorden die wethouder Mieke Damsma sprak over de philharmonie zuidnederland. Zo werd het net geïnaugureerde fonds in de watten gelegd, zo zacht als het enkele weken oude kindje van Hannes Minnaar.



Met een glas champagne toosten we op Het philharmonie zuidnederland Fonds. Sprankelende bubbels en glimmende mensen. Een sfeer die paste bij de kerstverlichting buiten op het Vrijthof.

Klassieke muziek beleven 

Door Roos Naves

Het thema van de avond was new energy. Deze energie voelde je letterlijk tijdens het luisteren naar Beethoven 4, maar ook in de ontmoetingen die ik met nieuwe mensen had.

CREW, een Brussels theatergezelschap, nam ons mee in de fysieke wereld van muziek. Wellicht denk je nu, kan muziek wel fysiek beleefd worden? Zeker! Stel je voor dat je een koptelefoon op zet en je ogen sluit. Je staat rechtop met je handen ontspannen langs je lichaam. In de rug voel je een plaat. De muziek begint te spelen en zeer langzaam wordt het plateau waarop je staat gekanteld in een horizontale positie. Van een staande positie glijd je naar een horizontale positie, zonder dat je dit zeer bewust waarneemt. Het evenwichtsorgaan is in de war en het enige wat zich om je begeeft is de muziek. Voor een lange tijd voelde het alsof ik in een bubbel zat – een bubbel van muziek. Een heel unieke ervaring!



Op een andere plek stroomde de muziek letterlijk door mijn lichaam heen. De trillingen uit het orkest werden door ijzeren platen gestuurd en versterkt. Met mijn voorhoofd tegen de plaat en mijn oren dicht ontstonden nieuwe tonen in mijn hoofd. Tonen die precies overeenkwamen met de muziek zodra ik mijn oren weer opende.


Na de spectaculaire belevenis van de muziek werden we verwend met een diner van Maison de Boer. De hele avond werd begeleid door interessante sprekers als het Solar Team uit Eindhoven, Elphi Nelissen en Jo van Ham. Niet alleen de sprekers gaven stof tot nadenken, ook de gesprekken onderling inspireerde me.



De philharmonie zuidnederland heeft, wat mij betreft, met Leading the South een uniek evenement opgezet. Een evenement dat doet leven – het letterlijke (be)leven van de muziek en het (op)leven van de contacten was prachtig! 

Klassieke muziek & techniek: reset van je muzikale beleving

Door Noud de Greef

Toen we aangekomen waren bij het Klokgebouw in Eindhoven…. juist, hoewel de titel klassieke muziek meldt, ging ik samen met een vriend naar een optreden van het philharmonie zuidnederland, in samenwerking met het theatergezelschap CREW, in de oude fabriekshallen op Strijp-S. Niet naar een zitconcert in het Eindhovense Muziekgebouw. Ik was bij de i-Classic Music & Technology waar het juist de bedoeling was met vingers in je oren de trillingen te voelen, door je hoofd tegen een stalen plaat te houden of te liggen op een plank. Wat?

Precies. Daarom voor deze ene keer een en toen omschrijving van de avond. Bizar is het woord wat nog het beste in de buurt komt. Muziekbeleving herontdekken door te spelen met gehoor, zicht en gevoel. Enfin, na binnenkomst kregen we als eerst een sticker op de borst. Met een nummer als een van de eersten op locatie. Niet iedereen had dezelfde kleur of een nummer. We liepen door naar de volgende hal waar we dan de zaal verwachtten met de stoeltjes van de muzikanten of een podium. Goed, er was een klein podium, maar verder was de hal leeg op een mobiele bar na. Denk aan de beelden van een Urbex fotoserie.

We namen een biertje. Brand, Delirium of een Duvel. In een plastic glas. Een beetje Lowlands gevoel. Er druppelden steeds meer mensen binnen. Niet allemaal Lowlands gangers, maar verder een heel divers publiek waar geen rode draad in viel te ontdekken. Alsof we in een levend spelletje Wie Is het? terecht waren gekomen. Oud, jong, in pak, spijkerbroek en lucky pants. Misschien niet zo gek, want hoeveel mensen zullen meteen een kaartje hebben gekocht door de woorden Beethovens Vierde in combinatie met techniek? Voor een totaalsensatie van lichaam en geest? Stelletje hippies!
 


Een dame in stofjas kwam de zaal binnen. Stilte. Ze beklom het podium en sprak ons toe. We moesten op grond van de kleur van onze sticker een andere dame in stofjas volgen. Door naar de volgende hal van ‘t Klokgebouw. Lampen op de grond, die langs de stalen pilaren de ruimte ietwat verlichtten. Een orkest rechts en in de verte nog wat waar de andere twee groepen eerst naartoe gingen. We werden opgedragen onze schoenen uit te doen en de hotelslippers aan te trekken. Overal mochten we gaan zitten of liggen, pal naast de muzikanten.

Muzikanten, het zijn net mensen

Ik zat naast de verhoging van de dirigente, met links van me de eerste viool en rechts nog meer strijkers, met alle andere muzikanten in een boog van 180 graden daartussen. Dolby Surround 180 dus, in plaats van 5.1. Ik voelde de wind van het zwaaiende baton, hoorde een snuif van de violiste en schrok van de hak van de dirigente. Zo dichtbij zaten we dus. Ze trapte regelmatig stevig op haar plateau. Ik noem haar Repelsteeltje.


Dat stampen was een van de bijzondere sensaties. Ik hoorde de violisten inademen, een flinke tuig voor een uithaal. Je hoorde het krassen van de strijkstokken op de snaren. Hoe je het precies noemt, iets metaligs? Er hoestte iemand in het orkest. Een kleine gniffel uit een andere hoek. Het orkest leeft. De muzikanten vormden een organisch geheel. Een knuffelbaar monster en wij als publiek waren haast een ijsklontje in de mond waar ze mee speelden. Niet zij, maar wij waren de attractie. Met onze witte pantoffels.

Silent Disco met je vingers in je oren

Na een tik op onze schouders schuifelden we achter de stofjas aan naar een andere opstelling. We kregen een koptelefoon en een korte instructie. Zet ‘m op, zet ‘m af, ervaar het verschil en vooral: ga met je vingers in je oren tegen een stalen plaat staan. Een verwijzing naar Beethovens latere jaten: deze beroemde componist werd namelijk dover en zelfs doof. Niet handig als je leven draait om het maken van symfonieën. Hij loste dat op door de muziek te voelen: zelfs met een metalen voorwerp in zijn mond om zo de trilling ‘binnen’ te krijgen.
 


En zo stond ik dus. Vingers in mijn oren. Ogen dicht. Mijn voorhoofd werd koud van het staal en ik had een echoënde zoem in mijn hoofd. Over de koptelefoon een lichte bewerking van wat er een 25 meter verderop live gespeeld werd. Ondanks het gevaar van een baton in mijn oog wilde ik eigenlijk terug naar die plek. Maar we gingen juist door, maar de derde positie in de muzikale piramide. Net zo’n mysterieus object als dit muziekstuk.

Vertrouw me

Hier kwamen de nummers naar voren. Zwijgend werden we naar een plekje gedirigeerd. Iedereen met nummer 1, waaronder ik dus, mocht als eerste plaats nemen, staand met de rug tegen een houten plank. Een man in stofjas keek me aan. Zijn blik sprak uit ‘vertrouw me’. Hij gebaarde, koptelefoon op, ogen dicht en ontspan…


De muziek ging door en langzaam kantelde de plank. Met mij erbij. Onder de plank ook een trilapparaat. Mijn handen zakten tot ze de plank raakten. Was ik nu horizontaal? Ik zag het later bij de nummers twee gebeuren. Inderdaad, helemaal vlak en langzaam, heel langzaam weer terug. Volledig opgaan in muziek en door het spelen met evenwichtsorgaan nog een extra sensatie erbij.

De i van i-Classics staat vast voor instant.


Een uur. En het was voorbij. Veel te kort maar geen kans om weer opnieuw de driehoek te doorlopen. Dit was bijzonder. Alleen al die plek tussen het orkest, waar je alle extra geluiden hoort, het harde werken van de muzikanten op je af voelt spatten. Ik voelde me zelfs bezwaard om daar foto’s te maken tijdens het muziekspel, dat zegt genoeg. Niet dat het echt over zou komen, want hoe vang je dat spectrum van alles om je heen, zo dat jij het nu kunt lezen op een plat beeldscherm, met waarschijnlijk slechts twee kleine speakertjes?

Die i van i-Classics, dat lijkt volgens de beschrijving te staan voor innovatie. Maar voor mij voor instant. Instant classic dit. Mag ik weer? Wat een geweldige manier om (al dan niet) opnieuw kennis te maken met klassiek.

Doorgrondt Liss Mahlers 'Tragische'?

Door Eric Kolen
De manier waarop twee van de zes leden van de uitgebreide slagwerksessie van de philharmoniezuidnederland elkaar op de schouders sloegen na afloop van de ‘Tragische’ van Mahler was aanstekelijk. En terecht! Wat een ongelooflijke inspanningen hadden zij achter de rug; zowel fysiek, maar zeker ook muzikaal. En dat geldt eveneens voor de 103 andere musici van het orkest. Alleen…je moet er wél van houden. Van zó veel muziek, van zó veel noten, van zó veel drama, allemaal in één symfonie vervat. Het orkest werkte zich in de naad om de instructies van Dmitri Liss op te volgen. Zoals altijd met volle overgave. Alleen...Mahler. Arme man, ik begrijp het volkomen. Zo verschrikkelijk veel leed en diepmenselijk verdriet moeten verwerken in korte tijd. Om dat mysterie te doorgronden moet je van goeden huize komen om dat muzikaal vorm te kunnen geven.

Een diep doorgrondelijke stem
Het concert in het Eindhovense Muziekgebouw op vrijdag 28 oktober begon nochtans met een ander opus. Van Nederlandse kunne. Namelijk van Hendrik Andriessen, de Godfather van een oorspronkelijk katholiek componistengeslacht. Een beknopte biografie met veel informatie is te lezen via de volgende link https://nl.wikipedia.org/wiki/Hendrik_Andriessen. Een zeer veelzijdig iemand met een indrukwekkende lijst muziekwerken in alle mogelijke genres. Eén ervan is het uit 1923 stammende ‘Miroir de peine’ op teksten van de Franse dichter Henri Ghéon. Het is zeker geen Stabat Mater, maar de thematiek is wel gebaseerd op het lijden van de treurende Maria. Deze zeer expressieve, vocale muziek bleek een kolfje naar de hand…eh…de stem van mezzo Christianne Stotijn. Met her en der - voor mij- wat reminiscenties naar die door en door warme altstem van wijlen Kathleen Ferrier! Wat een machtig instrument kregen we te horen, ronduit fantastisch. Het is wel een opus deze ‘Miroir’ dat je meerdere keren moet besluiten om de essentie te doorgronden, maar die ingezette energie wordt dan ten volle beloond. Met name het vierde lied ‘Portement de Croix’ was ronduit schoon van klank en expressie. Voor mij hét hoogtepunt van deze cyclus. Graag zien en horen we deze Stotijn –ook al een telg uit een uiterst muzikaal geslacht- nog eens terug op de Zuid-Nederlandse podia!

‘Wat een machtig instrument kregen we te horen, ronduit fantastisch!’



Doorgronden
Een woord dat al een paar keer viel –doorgronden- en waarmee de papieren programmatoelichting begint. Met die richtinggevende titel: Dmitri Liss doorgrondt Mahler’. Dat is ronduit pretentieus en ik pretendeer geenszins om daar een afgewogen oordeel over te kunnen hebben. Ondanks het (her)beluisteren –op you tube natuurlijk- van delen van deze tragische symfonie van Mahler in uitvoeringen van Haitink, Bernstein en Abbado, toch niet de minst getalenteerde dirigenten van de vorige eeuw. Wel kom ik tot een andere persoonlijke conclusie. Gewaagd, bijna ondeugend zelfs! Het is de muziek die mij niet zo aanspreekt. Wauw, dat is hierbij dan gezegd en geschreven. Ik koester desalniettemin de meest diepmenselijke gevoelens voor hetgeen Mahler ooit overkwam. Ik bewonder zijn talent en respecteer zijn recht om gevoelens van allerlei aard en soort op papier te zetten. Maar, moet dat nu allemaal zó uitgebreid? Zó langdurig? Marjolein Sengers beschreef het sanderendaags heel mooi in het ED toen ze tijdens het concert verlangde naar een mooi overzichtelijk Mozart-symfonietje’. Schrijver dezes voegde zijn gezelschap na het eindapplaus iets soortgelijks toe, maar dan met de naam van Haydn én de opmerking: “Geen wonder dat Mahler nooit aan 106 symfonieën is toegekomen!’ “Foei, foei, foei!, das geen eerlijke vergelijking!”, voegde mijn levensgezellin mij streng glimlachend toe!

‘Ik koester de meest diepmenselijke gevoelens voor hetgeen Mahler ooit overkwam.’




Een denderende hamer
Over de uitvoering dan ook niets dan goeds. In die zin dat Dmitri Liss ook hier weer uitermate duidelijk aanwezig was. In zijn opvattingen met die zoals altijd scherp gepresenteerde gebaren, die de uitvoering een helder en doorzichtig karakter gaven. Ook de 109 musici op het vergrote podium; wat een prachtig gezicht dat stel rasmuzikanten! Die slagwerker, die maanden geoefend moet hebben om die loodzware hamer in het laatste deel op de juiste tel drie keer te laten denderen op dat hardhouten blok. Als het oog óók iets mag hebben, dan werd het weldadig beloond. Ook zestig(..) strijkers in zowel Andriessen als Mahlers derde deel –het Andante moderato- bezig te zien, fantastisch! Dat de acht hoorns misschien wel dé avond van hun symfonisch leven hadden, ik kijk er niets van op als dat zo is. En dan –nogmaals- die slagwerksessie. Waar zij meestal ondersteunend en dienstbaar is aan de rest van de muziek, dit keer speelde zij her en der de hoofdrol. Vandaar mijn conclusie: of Mahler doorgrond werd, kan ik niet beoordelen, maar van genieten van alle andere aspecten van symfonische muziek was wel degelijk sprake! Net zoals, thuisgekomen, overigens van het andante uit Schuberts’ eerste pianotrio…

‘Als het oog óók iets mag hebben, dan werd het weldadig beloond.’

Wilt u reageren op deze op persoonlijke titel geschreven blog, mail dan uw reactie naar eric.kolen@bureauerasmus.nl

Ravel & Van Woerkum zorgen voor toegevoegde waarde!

Door Eric Kolen
Als, ik herhaal, áls een symfonieorkest een compleet andere discipline inhuurt om het eigen product nóg mooier, nóg veelzeggender te maken, dan moet dat Fremdkörper van ultieme inhoud zijn, dan moet het iets hebben van een onvoorwaardelijke toegevoegde waarde. Met een aanvankelijk gevoel van scepsis betrad ik daarom de grote zaal van het Eindhovense Muziekgebouw. Op het interessante programma voor de pauze kom ik hierna graag terug. Want, wat cineast Lucas van Woerkum samenstelde, ik kan het niet anders duiden, was werkelijk indrukwekkend. In zijn creatief en zakelijk paspoort staat gegrift dat hij ‘klassieke muziek omzet in verhalende dramafilms’. En dat klopt voor de volle honderd procent.

Nanopromille

Resteert nochtans de vraag hoe deze geboren Brabander die pretentie waarmaakt. Ietwat platvloers gesteld, ‘Eerst zien en dan pas geloven’. Het antwoord van mijn kant is ondubbelzinnig positief. Een klasbak. Die met visie en overtuigingskracht zijn artistieke idee handen en voeten geeft. Hij maakte een film op basis van het eeuwenoude verhaal van Daphnis en Chloé.





Door en door van Oudgriekse snit en thematiek. Met volop drama, pathos en avontuur. In die zin is de film een toevoeging aan het muzikale verhaal. Dan geeft iedereen zich gewonnen. Crossovers vormen dán een zinvolle en genietbare aanvulling op de basis van het oorspronkelijk aanbod, in dit geval klassieke muziek. Knap! Het verhaal wordt verfilmd met mooie, zachte beelden van een jong stel met hooguit een nanopromille-percentage erotisering. Ook de inzet van een drietal professionele danseressen mag niet onvermeld blijven.

Liss op z’n best
Ene Maurice Ravel vond in de geboortejaren van mijn beide ouders -1912/1913- inspiratie om het door zijn landgenoot Sergei Diaghilev bestelde ballet –Daphnis en Chloé- op papier te zetten. In zijn inleiding gaf contrabassist Maarten Kroese het al aan: voor hem vormen deze suites van Ravel het hoogtepunt van de klassieke muziek van de twintigste eeuw. Alleen al het intensief luisteren naar deze partituur is een ervaring van jewelste. Waarin de Fransman alles wat hij te bieden heeft, kwijt kan. En dat is onwaarschijnlijk veel. Wat een muziek, wat een contrasten qua uitwerking, qua toewijding ook van het orkest. Hierin speelt Dmitri Liss een bepalende rol. Een en al dienstbaarheid. Het wezen van deze muziek tot in details beheersend. Zijn mensen –pardon collega’s, zoals hij ze pleegt te noemen- op een zichtbaar plesante manier triggerend alles te geven. Hetgeen zij vervolgens dan ook doen. Met liefde voor de muziek, die hiermee optimaal gediend wordt. Dat is de essentie van Liss’ optreden! Het applaus na afloop was navenant!

‘Het verhaal wordt verfilmd met mooie, zachte beelden van een jong stel met hooguit een nanopromille percentage erotisering.’





Stravinsky op reis
Wat een omnivoor toch die Stravinsky. Wat hij ook aan- en pakte, steeds verrassen zijn vondsten. Neem die ‘Suite 2 voor klein orkest’ waarmee de Rus begon in 1915. Aanvankelijk opgezet als vierhandig pianowerk, maar later – misschien om financiële reden?- uitgewerkt tot een orkestraal opus. Waarin het kleurrijke palet nóg wezenlijker aan bod komt. Bovendien is de neoclassicistische opzet een trouvaille en uiterst aangenaam ook! Je moet het maar kunnen én doen: op vakantie gaan naar Spanje en Italië en de aldaar opgedane ervaringen en indrukken op muziek zetten. Heerlijke speelmuziek derhalve voor de philharmonie en een kolfje naar de hand van Liss. Laat hem maar los gaan met deze tot zijn dna, zijn ‘artistieke-zijn’ behorende klankwereld.

Zonnige ritmiek

Dit gedenkwaardige concert werd geafficheerd als ‘met Liss en Skride naar Scandinavië’. Deels terecht als het gaat over de twee muziekwerken vóór de pauze. De ouverture ervan heette ‘Vivo’, een opus van de in 1958 geboren Finse componist Magnus Lindberg. Geen diepsombere muzikale woud- en sneeuwlawines beschrijvende Sibelius-achtige muziek. Neen, integendeel! Het leek erop alsof deze Scandinavische toondichter zijn muzikale heil in Zuid-Europese dreven zoekt. Heerlijke, zonnige alsook pittig ritmische speelmuziek. Te zien ook aan een meewiegende, bijna dansende Dmitri Liss op de bok. Echt een werk om te youtuben om er nog eens van te genieten. Dan lees je bovendien iets over de relatie ervan met de Carnegie Hall in New York…én Ravel!

Met liefde voor de muziek, die hiermee optimaal gediend wordt. Dat is de essentie van Liss’ optreden!


Ademloos
Tot slot in deze blog iets over de Deen Nielsen. Over zijn vioolconcert in het bijzonder. Stephen Westra beschrijft in de programmatoelichting het motto van Nielsens’ componeren: “Zijn hele leven zou Nielsen trouw blijven aan het ‘eenvoudige, oorspronkelijke’ muziekleven dat hij in zijn jeugd had leren kennen.” Violiste Baiba Skride, uit Letland afkomstig, voelde dat basale uitgangspunt treffend aan. Technisch perfect wist ze het publiek én het orkest mee te nemen in dit soms verstild lyrische concert. De cadens maakte grote indruk op mij. Wat een hyperromantisch idioom, wat een inzet om deze boodschap over te brengen op het ademloos luisterende publiek. De ontlading nadien was dan ook formidabel! Al met al een gedenkwaardig concert!

Post Scriptum
Maar liefst twee musici hebben wat te vieren. Voormalig solo-hoornist Jan Breukel en solofagottist József Auer dienen de muze van de klassieke muziek beiden veertig jaar. Van harte proficiat en ‘ad multos annos’… Allemaal te lezen in deKlank, het magazine van orkest en Vrienden van philharmonie zuidnederland. Feitelijk onmisbaar als je op de hoogte wil blijven van ontwikkelingen in de wereld van de klassieke muziek en de philharmoniezuidnederland natuurlijk in het bijzonder. Eenvoudig aan te vragen, kijk maar op de site! Hierin tevens een uitgebreide voorbeschouwing op de aanstaande concerten met op het programma ‘Mahler VI’ En Dmitri Liss op de bok…. Vol verwachting klopt ons hart.

Spetterende, jazzy start van nieuw concertseizoen

Door Eric Kolen
De manier waarop Dmitri Liss zijn collega-dirigent en tevens pianist Wayne Marshall omhelsde was opmerkelijk! Een duidelijk specimen van twee geestverwanten, die weten waarvoor ze staan: de muze dienen. En dat gebeurde deze avond –op 22 september 2017- in het Bredase Chassétheater in optima forma! Het programma bood hiervoor alle mogelijkheden. Het eerste concert onder de bezielende leiding van chef-dirigent Dmitri Liss was een feit. Het belooft veel, erg veel moois richting lente 2018.

Uitmuntende hulp
De manier waarop Liss verwelkomd wordt door zijn collega’s –zo noemt hij steevast de leden van het orkest; een mooi psychologisch doordenkertje- is opmerkelijk. Glimlachende gezichten, drukke strijkstokmishandelingen(..) en een instelling, die lijkt te zeggen van ‘Kom maar op, we zijn er klaar voor!’ Een mevrouw naast me zei het treffend: ”Je kunt zien dat dit stel voor elkaar gaat, mooi toch!?” Nu was het eerste opus een typische Rus. Van Sjostakovitsj zijn balletopus ‘De Gouden Eeuw’, opus 22a. Uit 1930 en drie delen omvattend. Auteur Frits de Haen –kunnen de teksten van de programmatoelichtingen niet óók voorafgaande aan een concert op de site gezet worden?- zegt het to the point: ‘de polka in dit stuk is het ‘pièce de résistance’. Wat een ritmiek, wat een inzet van –heerlijk om te zien- het slagwerkgedeelte van het orkest. Een bijkomend voordeel is dat een orkest alsdan compleet ingespeeld is. Daarbij uitmuntend geholpen door Liss, die ieder orkestlid aanzet tot een volledige overgave. Gewoonweg heerlijke speelmuziek. Met ook nog eens een cultuurpolitieke doelstelling van destijds. Google maar…

“Je kunt zien dat dit stel voor elkaar gaat, mooi toch!?”

Swingende solist
De manier waarop Wayne Marshall het podium betreedt is niet alleen mooi om te zien, maar bovendien indrukwekkend. Lenig als een tijger, zich bewust wetend van zijn kunnen en een pseudononchalante wijze van het zich achter de toetsen zetten. Een en al souplesse. En dan moet het concert nog beginnen. Over de muziek van Gershwin valt van alles te zeggen, maar dat ritmiek de boventoon vormt, dat een jazzy- verwevenheid van het notenspel het muzikale geheel bepaalt, is evident. Marshall weet daar vervolgens overtuigend raad mee. Wat een overgave aan de muziek, wat een wijze van technisch gezien ‘boven de muziek’ staan. Wonderbaarlijk! En ook hier weet Dmitri Liss zijn rol te spelen comme il faut. Voor de volle honderd procent de muziek, zijn orkest en de solist ondersteunend. Een rol die hem volledig tevreden lijkt te stellen. De uitvoering van dit Pianoconcert in F mag meer dan eens geprogrammeerd worden het komend decennium!

Wonderschone momenten
Het slotstuk van de avond bracht de zo goed als volle zaal weer terug naar Rusland. Met de Symfonische Dansen, opus 45 van Sergej Rachmaninov. Door en door Russisch. Qua temperament, qua toonzetting. Dán merk je dat deze muziek Liss niet alleen na aan het hart ligt, maar dat hij hier zijn hele ‘hebben en houden’ in kwijt kan. Uitersten opzoekend in de partituur in varianten van ppp tot fff, zijn collega’s bijkans opzwepend tot het uiterste. Het andante con moto in een walstempo trof me het meest! Wat een door en door heerlijke muziek! Wat mij betreft is nu al duidelijk dat ook dit tweede seizoen alle kansen biedt tot wonderschone momenten. En dáár kan geen gedeputeerde ook maar iets aan doen. Nou ja niets…

Dán merk je dat deze muziek Liss niet alleen na aan het hart ligt, maar dat hij hier zijn hele ‘hebben en houden’ in kwijt kan.

Wilt u reageren op deze op persoonlijke titel geschreven blog, mail dan uw reactie naar eric.kolen@bureauerasmus.nl
 

Liss’ tweede concertseizoen! Vol verwachting klopt ons hart...

 Door Eric Kolen
Binnenkort start het nieuwe concertseizoen van de philharmonie zuidnederland onder leiding van chef-dirigent Dmitri Liss. Zuid-Nederland staat veel schoons te wachten. Ikzelf schreef al uitgesproken positief over Liss’ eerste jaar. Maar, hoe denkt de regionale en landelijke muziekpers over Liss’ optredens? Reden om eens een diepe duik te nemen in de vele artikelen en recensies vanaf het eerste concert onder leiding van de nieuwe chef op 23 september 2016 in het Theater aan het Vrijthof.

Liss I - Een Russische-niche-maestro

Redacteur Maurice Wiche van De Limburger rept zelfs van een historisch moment. Over de Peer Gynt-uitvoering schrijft hij een weinig pikant ‘Sensitief laten de musici zich boetseren door Liss’ soepele gebaren, alsof ze willen zeggen dat hun driejarige verbintenis met deze man geen moetje is’. Om zijn recensie te besluiten met de wishfull thinking-achtige suggestie: ‘Na zoveel zwierigspontane dynamiek kijk je reikhalzend uit naar de resterende programma’s met de nieuwe chef’.


Dmitri Liss zelf geeft dat op 19 september een beetje aan. In een vraag-en-antwoord gesprek met Sandra Kooke van Trouw voegt hij haar toe dat ‘hij graag bij philharmonie zuidnederland wil werken, omdat de gezamenlijke wil er is om een goed orkest te vormen’.

De NRC schrijft iets soortgelijks naar aanleiding van het eerste concert: ‘Liss toonde zich een vaderlijke motivator met goede oren en een ferme greep op de spanningsopbouw’. De kwaliteitskrant gaat nog verder als het prijzend stelt: ‘Het eerste concertprogramma ontzenuwde het idee te maken te hebben met een Russische-niche-maestro’. Geen boude bewering, want het programma bevatte werken van componisten als Grieg, Ravel, Sibelius en toenmalig ‘componist des vaderlands’ Willem Jeths. Niks Russisch dus! Ergo, pure nieuwsgierigheid verleidt me het volgende concertseizoen op dit aspect te turven: vijftien niet-Russische componisten vermeldt het programma, terwijl ‘Moedertje Rusland’ slechts vier toondichters presenteert.

Brabants trio
De Brabantse klassieke muziekpers vaardigt maar liefst een delegatie van drie recensenten af naar het inauguratieconcert op 23 september 2016 in Maastricht. Mark van de Voort van Brabants Dagblad (BD) stelt na afloop vast dat: ‘Liss overduidelijk een echte persoonlijkheid is; het orkest mag zich in zijn handjes knijpen met zo’n dirigent.’ Good old Cornélie Hoendervanger van Eindhovens Dagblad (ED) lijkt blij verrast als ze zegt:’Wat mij het meest opviel, is dat het orkest eindelijk, eindelijk in staat is om zacht te spelen. Ze kunnen ineens fluisteren. Ongekend en dat is allemaal de verdienste van Liss.’

‘Eindelijk, eindelijk zijn ze in staat om zacht te spelen. Ze kunnen ineens fluisteren.’

Haar collega van het ED, Marjolijn Sengers, geeft aan Liss buitengewoon fysiek expressief te vinden en ze ‘begrijpt nu waarom het achterpand van zijn jasje extra breed is’, want, verklaart ze, ‘hij heeft die ruimte gewoon nodig. ’ Uit deze eerste reacties blijkt wel dat de verwachtingen in en buiten Zuid-Nederland hooggespannen zijn. Die opvatting wordt wellicht het mooist verwoord met een gezamenlijke conclusie van voornoemd Brabants trio: ’Bij de philharmonie zuidnederland is met de komst van Liss de tijd van risico’s aangebroken en dat is heerlijk. Het opent de mogelijkheden om nieuwe, spannende dingen te gaan doen.’ Ook ik ben vanzelf benieuwd naar de uitkomsten van dat hoopvolle gedachtegoed en noteer in mijn eerste blog over Liss I het volgende: ‘Deze Dimitri Liss lijkt in staat de verjongende philharmonie mee te nemen op een even betoverende als spannende, muzikale reis!’

Liss II – Een Russisch Kerstconcert
Drie maanden later geeft het podium plaats aan een giganticus, de pianist Boris Berezovsky. Hij speelt hét pianoconcert van Tsjaikovski, maar volgens Marjolijn Sengers vermorzelt hij vanaf zijn kleploze vleugel de noten van dit overbekende concert. Positiever is ze over Liss’ uitvoering van Sheherazade van Rimski Korsakov. Reden ook waarom het gebeuren werd aangekondigd als een Russisch Kerstconcert. In mijn blog heb ik het over ‘De manier waarop de componist dit materiaal muzikaal vertaalde, is ronduit verbluffend! En tevens een kolfje naar de hand voor chef-dirigent Dmitri Liss. Woorden schieten tekort om te verbaliseren hoe Liss zijn mensen motiveert, zijn mannen en vrouwen van de philharmonie!’

‘Woorden schieten tekort om te verbaliseren hoe Liss zijn mensen motiveert!’

Sengers rept in haar recensie van: ‘Stralend, warm, feeëriek, uitbundig’ én ‘Voor deze vertolking van Sheherazade zijn de superlatieven nauwelijks aan te dragen. Wat een krachtige, intens doorleefde uitvoering’.


In de Brabantse Top 10 van kunst- en cultuuruitingen kiest de gehele Brabant-pers het openingsconcert in september 2016 als nummer twee na de winnaar, de Jeroen Bosch-expo in ’s-Hertogenbosch. Mooi compact volgt de motivatie: ’Dmitri Liss bleek een gouden greep: hij werd omarmd tijdens zijn eerste optreden in Maastricht. Er was lof voor zijn muzikaliteit en ongekende passie en het vermogen om het gehele orkest tot zijn recht te laten komen. Liss is buitengewoon expressief, in zijn mimiek en lichaamstaal. Een echte persoonlijkheid.’ Je zou er bijna timide van worden. Trouwens, leest Dmitri Liss inmiddels een beetje Nederlands?


Liss III – Prokofjevs’ Vijfde
In mijn blog maak ik gewag van de volgende beoordeling, meer subjectief dan objectief, maar door en door gemeend. Het betreft hier de uitvoering van Prokofjevs’ Vijfde Symfonie. ‘Dmitri Liss. Wat een aanvoerder, wat een maestro, wat een bezieler. Ongelooflijk.’ De historische context van dit meesterwerk –een mooie wikipedia-zoektocht voor een druilerige zondagmiddag- geeft voeding aan de opvatting dat als klassieke muziek en het echte leven elkaar ontmoeten, er een toegevoegde waarde ontstaat. Het ED schrijft eveneens ‘over een zinderende Prokofjev’ en voorts van een concert ‘waarin tederheid en bitterheid om voorrang streden.’

Liss IV – Moesorgski’s Schilderijententoonstelling
Opnieuw geeft Sengers van het ED de inhoud en sfeer van dit concert treffend weer. In het ED van 20 maart schrijft zij: ‘Dmitri Liss heeft een goed gevoel voor wat dit orkest kan en voor de zaal kan hebben.’ Alsook iets verder in haar recensie: ’Voor philharmonie zuidnederland betekende dat schitteren op de vierkante meter. Strijkers, koper, hout en slagwerk vormden een sterk en homogeen, gedurfd en expressief, maar boven alles beschaafd en evenwichtig geheel!’ Schrijver dezes vat het concert met Moesorgski’s Schilderijententoonstelling als volgt samen:’ Dat deze constellatie voort moge duren tot in lengte van jaren!’ En daarmee is niets teveel gezegd!


‘Dat deze constellatie voort moge duren tot in lengte van jaren!’


Liss V - Publiekslieveling
Recensente Jeanette Vergouwen van de Provinciaal Zeeuwse Courant (PZC) kopt op 22 mei met een te verwachten en geenszins verwonderlijke uitspraak over haar streekgenoot: ‘Pianist Hannes Minnaar verovert alle harten.’ Dat slaat op zijn uitvoering van Chopins’ Tweede Pianoconcert. Over Tsjaikovsk’s Pathétique op 21 mei in de Grote Kerk in Veere is ze ronduit lovend en de rol daarin van Dmitri Liss omschrijft zij als volgt: ‘Dirigent Liss is een dynamische dirigent en dat kwam heel goed uit in deze Pathétique’. Om te besluiten met de constatering dat ‘naar deze uitgekristalliseerde droefheid ademloos werd geluisterd.’

Een week later herhaalt Cornélie Hoendervanger van het ED deze boodschap! Over de zesde van de Russische componist schrijft ze ‘dat het een indrukwekkende uitvoering werd, groots en meeslepend’. Om te eindigen met de zinsnede ‘De nieuwe chef-dirigent is duidelijk al de lieveling van het publiek.’ Ik kan het met deze conclusie voor de volle honderd procent eens zijn en misschien vertolkt een anonieme dame dat algemeen gevoelde sentiment misschien we het best met de woorden: “Als mijn gevoel waar is, staat Zuid-Nederland nog heel wat moois te wachten met deze dirigent!”
Volgens mij zijn er her en der nog wat plaatsen te bemachtigen in de Limburgse, Zeeuwse en Brabantse zalen waar de philharmonie zuidnederland onder leiding van Dmitri Liss het komende seizoen acte de présence geeft. Dat zijn er maar liefst zeven!

‘De nieuwe chef-dirigent is duidelijk al de lieveling van het publiek.’

Samenvatting
Het werd niet alleen een diepe, maar zeker ook langdurige duik in een ‘mer à boire’ aan superlatieven en loftuitingen als het gaat over de optredens van Dmitri Liss in het eerste jaar van zijn chef-dirigentschap.
Alles wijst erop dat dirigent én orkest zich in een gezamenlijk en optimaal samenwerkingsverband bevinden. Het tweede concertseizoen onder de leiding van Dmitri Liss belooft dan ook veel mooie en intense belevingsmomenten! Laat hem maar komen, deze Rus en een scala aan vermaarde solisten.

Wil je reageren op deze op persoonlijke titel geschreven blog? Mail dan je reactie naar: eric.kolen@bureauerasmus.nl

Cookies
Wij maken gebruik van cookies. Dit zijn kleine tekstbestandjes die op de computer, tablet of telefoon worden opgeslagen. Hiermee zorgen wij er onder andere voor dat onze website goed werkt, kunnen wij de website verder verbeteren en u van gerichte en relevante informatie voorzien.
Meer info