philharmonie zuidnederland brengt cd uit

Luisteren naar een live concert van philharmonie zuidnederland vanaf de bank in uw eigen woonkamer? Dat kan binnenkort. In het kader van haar vijfjarig jubileum brengt philharmonie zuidnederland haar eerste cd uit. Een bijzonder geschenk voor de feestdagen. En tevens een prachtig cadeau voor een jubileum, verjaardag of andere feestelijke aangelegenheid.

onze cd's


cd 1 - romantiek in het kwadraat
Orkest   philharmonie zuidnederland
Dirigent   Dmitri Liss

Wagner   Uit Tristan und Isolde: Prelude & Liebestod (Opgenomen: 31 maart 2017 in Maastricht Theater aan het Vrijthof en op 1 april 2017 in Muziekgebouw te Eindhoven)

Tsjaikovski   Symfonie nr 4 (december 2017 – Tsjaikovski’s Kerst) (Opgenomen: 22 december 2017 in Chassé te Breda en op 23 december 2017 in Muziekgebouw, Eindhoven)


cd 2 -Een optimistische tragedie
Orkest   philharmonie zuidnederland
Chef-dirigent   Dmitri Liss

Olga Victorova   Quinlong Azure Dragon
Dmitri Sjostakovitsj   Symfonie nr 1
                                        Moderato
                                        Allegro 
                                        Allegretto – Largo – Piu mosso
                                        Andante – Allegro – L’istesso tempo

Verkrijgbaar bij de Vriendenbalie en online
Wilt u ook in uw eigen woonkamer op elk willekeurig moment genieten van klassieke muziek gebracht door philharmonie zuidnederland? Dan kan dat met deze cd's met een fantastische uitvoering van werken van Wagner, Tsjaikovski, Victorova en Sjostakovitsj. Ook bijzonder om dit unieke exemplaar cadeau te doen aan familie, vrienden of zakelijke relaties. Een mooi kerstpresentje voor de Vrienden van philharmonie zuidnederland. Maar ook te koop voor slechts € 19 voor onze bezoekers bij de Vriendenbalie tijdens de concerten. Daarnaast zal de cd verkrijgbaar zijn via de website van het platenlabel Outhere music, via klassiek.nl bij boeken- en cd-zaken. De cd is ook te downloaden via Spotify, Apple Music en Deezer.
 



I
ets moois in handen
Een mooie concertbeleving cadeau deze feestdagen? Met de eerste cd van ons orkest heeft u iets moois in handen. Richard Wagner en Pjotr Iljitsj Tsjaikovski verenigd op een cd. Het lijken twee uitersten die slechts worden verbonden door het feit dat dezelfde dirigent en hetzelfde orkest hun werken uitvoeren. Toch hebben beide componisten veel meer met elkaar te maken dan zo op het eerste gezicht lijkt. Tsjaikovski was gefascineerd door Wagners briljante orkestratie en de mogelijkheid die hij aanreikte om het verhaal, de emotie, alleen in noten te vertellen en zich weinig aan te trekken van de standaardvormen van de westerse muziek.

Genieten van romantiek in het kwadraat

Het eerste werk op de cd is van de hand van Wagner, de zelfgeproclameerde redder van de Duitse romantische muziek die het fenomeen opera op een hoger plan zou brengen. Het Prelude & Liebestod uit Tristan und Isolde is een perfecte instrumentale samenvatting van de zeer sensuele operaversie die toevalligerwijs ook nog eens parallellen vertoont met het privéleven van de componist zelf. Zijn onmogelijke liefde voor zijn muze Mathilde Wesendonck heeft ongetwijfeld bijgedragen aan de broeierige sfeer die direct in de Prelude wordt neergezet.

Het tweede werk waar u van kunt genieten is de Vierde Symfonie van Tsjaikovski, de getormenteerde Russische romanticus die teveel op vooral de Italiaanse muziek was gericht om een echte Rus te zijn en veel te Russisch was om ooit echt West-Europees te klinken. Gevoed door zijn persoonlijke liefdesdrama waarin hij een huwelijk sloot met zijn voormalige studente Antonina Miliukova, ongetwijfeld ter maskering van zijn toen nog verborgen (en verboden) homoseksualiteit, begon hij aan deze Vierde Symfonie. Zijn meest persoonlijke en minst Westerse symfonie tot dan toe.



Een optimistische tragedie

Hoewel het programma op deze cd twee Russische componisten verenigt, lijken ze uit totaal andere werelden te komen. Het verschil tussen Quilong Azure Dragon van Olga Victorova en de Tiende Symfonie van Dmitri Sjostakovitsj is het verschil tussen componeren in volledige vrijheid en werken onder het knellende juk van onderdrukkende machthebbers. Victorova kan gaan en staan waar ze wil en elk denkbaar muzikaal thema aanpakken, terwijl Sjostakovitsj elke keer weer moest afwachten of de machthebbers zijn creaties konden appreciëren. Die spanning tussen volgzaamheid en rebellie is ook in de Tiende Symfonie sterk aanwezig.

Het was een mooi programma dat op 26, 27 en 28 oktober op de lessenaar van philharmonie zuidnederland stond. Onder leiding van chef-dirigent Dmitri Liss liet het orkest horen dat het wederom gegroeid was in het onontkoombaar vertolken van Russische partituren. De concertopening Quinlong Azure Dragon van Olga Victorova en de afsluitende Tiende Symfonie van Dmitri Sjostakovitsj, hier in een live-registratie verenigd op cd, kregen een even dramatische als krachtige lezing. Maar waar het werk van Victorova door de vrijheid en het componeerplezier een feestelijke ouverture is die louter vreugdevolle beelden oproept, is de Tiende Symfonie van Sjostakovitsj ook voor de Westerse luisteraar zeker in de lezing van philharmonie zuidnederland onder leiding van Dmitri Liss een even verhelderende als schrijnende ervaring. ‘Voor de Sovjet- en Oostblokluisteraars die in hetzelfde totalitaire systeem zijn opgegroeid heeft de muziek van Sjostakovitsj altijd al iets persoonlijks gehad’, verklaart Dmitri Liss in een interview met Olga de Kort-Kournikova in deKlank, het tijdschrift van het orkest. ‘Zij begrijpen de tragedie en de strijd van de componist waarschijnlijk iets gemakkelijker dan de jongeren, en hebben geen uitleg nodig wat de gebeurtenissen uit de recente Sovjetgeschiedenis betreft. Maar ik heb Sjostakovitsj in vele landen gedirigeerd, en merk dat hij overal ter wereld met veel liefde en begrip wordt gespeeld.’

Dat geldt ook voor Quinlong Azure Dragon, het werk dat Olga Victorova, echtgenote van Dmitri Liss, in 2012 op verzoek van haar man schreef. Vanaf de première op 10 juni 2012 bij het Ural Symphonic Orchestra onder leiding van Liss is dit werk een succes. Vooral in het Verre Oosten is het werk van Victorova omarmd als een soort signature piece van de componiste. Logisch, het onderwerp van compositie is Quinlong, de azuren Chinese draak die in vele gedaanten in het Verre Oosten voorkomt. ‘Het is een draak, dat klopt, maar ook een weldoener’, verklaarde Victorova bij de Nederlandse première van het werk. ‘Een wonderlijke, mythologische creatie die al vliegend boven het land parels en zeldzame stenen rondstrooit. In mijn werk komt hij trouwens niet alleen tijdens zijn vlucht voor. Het tweede deel is bijvoorbeeld geïnspireerd op de beroemde Chinese feesten met die enorme draken – waar mensen massaal op afkomen. Daar zie je deze krachtige creaties in hun volle glorie.’

Victorova componeerde het werk voor het internationale festival Eurasia in Jekaterinenburg en maakte er een echte ouverture van die vol vuur voort dendert.

Hoewel hier en daar Oosters aandoende invloeden te ontwaren zijn, schreef Victorova het werk naar eigen zeggen geheel intuïtief. De oosterse levenshouding en filosofie is haar daarbij niet vreemd. Het geeft het werk een enorm aansprekend optimisme. Ondertussen loochent ze haar Russische achtergrond niet en resoneren de sporen van componisten als Igor Stravinsky en zeker ook Dmitri Sjostakovitsj door de noten die tijdens de hoogtijdagen van het Sovjetregime absoluut niet geschreven hadden kunnen worden. Al zou de spelvreugde die philharmonie zuidnederland tijdens deze live-registratie etaleert de machthebbers ongetwijfeld over de streep hebben getrokken. De Unie van Sovjet Componisten zwichtte immers uiteindelijk ook voor het optimisme in het laatste deel van Sjostakovitsj’ Tiende Symfonie.

‘Hoewel vaak wordt gezegd dat de Tiende Symfonie over Stalin gaat, vind ik dat deze muziek veel groter is dan alleen maar de relatie tussen Stalin en Sjostakovitsj’, zei chef-dirigent Dmitri Liss in het eerder genoemde interview over het werk van Dmitri Sjostakovitsj. ‘Je kunt een boekenkast vol schrijven over Sjostakovitsj, Stalin en de Staat. In het leven van de componist gingen persoonlijke drama’s hand in hand met de jarenlange strijd om zijn eer te behouden en een manier te vinden om in het bestaande systeem te overleven. Maar gaat zijn muziek dan ook niet over het leven zelf, het verraad en de liefde? En over wat er met de liefde in ons leven gebeurt?’

Het oeuvre van Dmitri Sjostakovitsj is hoe dan ook niet los te zien van zijn leven in de Sovjet-Unie. Al zullen we nooit precies weten wat nu waar is en wat niet, feit blijft dat de componist met zijn noten reageerde op de gebeurtenissen om hem heen en in zijn eigen leven. Soms schijnbaar buigend, soms scherp ironisch en sarcastisch. Sjostakovitsj had al die jaren spitsroeden moeten lopen om de machthebbers tevreden te stellen. Met wisselend resultaat. De eerste serieuze aanval op zijn werk vond plaats in januari 1936. Zijn opera Lady Macbeth uit het district Mtsensk was een groot succes, maar het beroemde uit naam van Stalin geschreven artikel Chaos in plaats van Muziek in de Pravda maakte een einde aan de nationale jubel. En aan de mogelijkheden voor Sjostakovitsj om het werk uitgevoerd te krijgen. Hij trok wijselijk zijn Vierde Symfonie terug en hij schreef een Vijfde Symfonie die schijnbaar op de hand van de Sovjetautoriteiten was. De ondertitel ‘het antwoord van een Sovjetartiest op gerechtvaardigde kritiek’ sprak boekdelen, al zou Sjostakovitsj deze ondertitel later behoorlijk nuanceren. ‘Het moet toch voor iedereen duidelijk zijn wat daar gebeurt. Het is alsof iemand je met een stok slaat en zegt: het is jouw taak om vreugde te brengen, het is jouw taak om vreugde te brengen, en je staat op, kreunend, en zegt: het is mijn taak om vreugde te brengen, het is mijn taak om vreugde te brengen!’ Het werd een van Sjostakovitsj’ meest succesvolle symfonieën.

Ook met de Tiende Symfonie kroop Sjostakovitsj weer uit een diep dal. Het is het eerste werk dat Sjostakovitsj schreef na de dood van zijn kwelgeest Josef Stalin op 5 maart 1953. Daarvoor was het vijf jaar betrekkelijk stil geweest rond de componist, want op 10 februari 1948 kreeg Sjostakovitsj een nog stevigere reprimande dan de beruchte aanval van 1936. Alles wat Sjostakovitsj geschreven had, werd omschreven als ‘krankzinnig somber en neurotisch’ en ‘tegennatuurlijk voor de Sovjetburgers’. Alle opnamen van zijn werk moesten worden vernietigd en alle partituren werden herzien. Tot de dood van Stalin componeerde Sjostakovitsj uit stil protest geen noot meer voor publieke uitvoeringen en wijdde hij zich vooral aan de 24 preludes en fuga’s voor pianiste Tatiana Nikolayeva. Pas na de dood van Stalin pakte hij ‘bevrijd’ de symfonische draad weer op.

Voor de Tiende Symfonie zou hij volgens Nikolayeva al in 1951 de eerste schetsen hebben neergezet, maar daar bestaat verder geen bewijs van. In het omstreden boek Testimony, waarvan de in 1979 verschenen Engelse vertaling veel stof deed opwaaien, liet Sjostakovitsj optekenen dat deze symfonie handelde over ‘Stalin en de jaren van Stalins regime’. Alhoewel boze tongen later beweerden dat dit verhaal in de wereld was geholpen om de muziek van Sjostakovitsj in het westen meer bekendheid te geven – een werk dat Stalin belachelijk maakt zou immers in de smaak vallen – is het te mooi en te leuk om het als apocrief terzijde te schuiven. En volgens mensen die het weten kunnen, citeert het boek van Solomon Volkov werkelijk de componist: ‘But I did depict Stalin in music in my next Symphony, the Tenth. I wrote it right after Stalin’s death, and no one has yet guessed what the Symphony is about. It’s about Stalin and the Stalin years.’

Het tweede deel, een scherzo, zou zelfs een muzikaal portret van Stalin zijn. En het is geen vleiend portret: een doorlopend fortissimo dendert als een stoomwals door dit slechts vier minuten durende deel. Het staat zo in schril contrast met het donkere Moderato, gevat in de vorm van een indrukwekkende boog, waarmee deze symfonie begint. Beide delen lijken uiteindelijk een lange opmaat voor het derde deel, dat begint als een grimmige wals, maar dat al snel een getuigenis van de persoonlijke wederopstanding van Sjostakovitsj lijkt te worden. In dit Allegretto komt voor het eerst het motief DSCH (de noten D-Es-C-B) voor, een verklanking van de initialen van de componist. ‘Een verklaring van individualisme in een cultuur van totalitair collectivisme’ is Sjostakovitsj’ daad wel genoemd. Toch was er een ander motief, een hoornmotief dat gedurende het derde deel twaalf keer herhaald wordt, dat de gemoederen nog meer bezighield. Pas met het boven water komen van correspondentie uit 1953 van Sjostakovitsj met zijn leerlinge Elmira Nazirova bleek dat dit motief, dat verwantschap vertoont met een thema uit Mahlers Das Lied von der Erde, staat voor Elmira. Het thema EAEDA laat zich met enige creativiteit lezen als E, L(a), Mi, R(e), A. Sjostakovitsj schreef aan zijn geliefde studente: ‘Dit is het resultaat. Zelfs als ik niet tot dit resultaat gekomen was, zou ik constant aan je denken – of dit feit nu wel of niet in mijn waardeloze manuscript opgetekend is.’

Het laat zich lezen als een als een liefdesverklaring, en dat was het ook. Gedurende de jaren veertig en vijftig van de twintigste eeuw onderhield Sjostakovitsj vrij warme relaties met twee van zijn studentes, Galina Oestvolskaya en Elmira Nazirova. Dit ondanks het feit dat hij tot haar dood in 1954 gewoon getrouwd was met Nina Varzar. Vooral zijn relatie met Oestvolskaya, die hij van 1937 tot 1947 onder zijn hoede had, ging verder dan een normale vriendschap. Al weet niemand precies hoe veel verder. De cellist Mstislav Rostropovitsj omschreef de band tussen de twee ooit eens diplomatiek als ‘teder’, maar een huwelijksaanzoek van Sjostakovitsj kort na de dood van zijn echtgenote wees Oestvolskaya resoluut af. Ook met Nazirova had Sjostakovitsj overigens weinig succes. In de eerste helft van de jaren vijftig sprak Sjostakovitsj in brieven regelmatig zijn affectie voor haar uit, maar die werd niet werkelijk beantwoord.

In die zin is het Allegretto ook te beluisteren als een bittere afsluiting van een hoofdstuk waarin Sjostakovitsj zijn onvervulde verlangen van zich af schrijft.

In het vierde deel, dat wederom somber begint, lijkt Sjostakovitsj het heft zelf weer in handen te nemen en keert het DSCH-thema prominent terug. Maar hoewel de symfonie uiteindelijk in een optimistisch Allegro eindigt, blijft de bij Sjostakovitsj immer sombere ondertoon aanwezig. Dat vond de Unie van Sovjet Componisten blijkbaar ook. Want toen men dit werk na de première in 1954 toetste, werd het wel herkend als een keerpunt in de geschiedenis van de Sovjet-Unie, maar kon men het niet goed plaatsen in de traditie van het zo gewenste sovjetrealisme. De jonge componist Andrei Volkonsky kwam uiteindelijk met de politiek meest acceptabele omschrijving: de Tiende Symfonie was een ‘optimistische tragedie’. De positie van Sjostakovitsj als meest vooraanstaande Sovjetcomponist was voorlopig weer gewaarborgd.

Tekst: Paul Janssen

Cookies
Wij maken gebruik van cookies. Dit zijn kleine tekstbestandjes die op de computer, tablet of telefoon worden opgeslagen. Hiermee zorgen wij er onder andere voor dat onze website goed werkt, kunnen wij de website verder verbeteren en u van gerichte en relevante informatie voorzien.
Meer info